De Rode Ridder
54/60. De Grot van de Beer (deel 207, 2005)
TEKENINGEN: Claus D. Scholz • SCENARIO: Martin Lodewijk


De Rode Ridder
De Rode Ridder

Na het overlijden van Karel Biddeloo krijgen kandidaatovernemers, zoals Nederlander Minck Oosterveer en Duitser Claus Dieter Scholz, van Standaard Uitgeverij de scenariopagina's van Gog en Magog (deel 206, 2005) zonder Biddeloos uitgewerkte tekeningen. Aan de hand van hun proefplaten kan de uitgeverij vergelijken met het resultaat van Biddeloo. De keuze valt op Claus. Op scenario van Martin Lodewijk gaat de tekenaar aan de slag met de aan hem geschonken reeks. Hun eerste album, De Grot van de Beer, verschijnt met een gloednieuwe coverlay-out met een zilveren linkerkolom. Ook de fries op de achterkant hertekent Scholz en op de titelpagina steigert een nieuwe, onnozel lachende Johan met zijn paard. Al na één album krijgen we een ernstiger versie.

De Grot van de Beer is niet het eerste werk in opdracht voor De Rode Ridder. In 2004 geeft Standaard Uitgeverij Gebroken Kracht uit, een cd-rom met een avonturenspel waarvoor je in de huid van Johan moet kruipen om de handlangers van Bahaal te verslaan. Met het artwork voor de hoes geeft Claus al een voorsmaakje van zijn kunnen. Zijn eerste album krijgt veel persaandacht en de verkoop krijgt een boost dankzij nieuwsgierigheid van lezers die intussen zijn gestopt met het kopen van De Rode Ridder of een (herwonnen) interesse voor het toch wel verzorgde tekenwerk en de bekendere naam van Nederlander Martin Lodewijk. Als scenarist en/of tekenaar kan hij een lange, succesvolle staat van dienst voorleggen met onder meer Agent 327 en Storm.

Claus solliciteerde begin jaren 1970 bij Willy Vandersteen, maar hij vond Claus' tekeningen te amateuristisch. Voor Frank Sels tekende hij mee aan de reeks Zilverpijl, een western voor de Duitse markt. Midden jaren 1980 kon Claus alsnog aan de slag bij Vandersteen voor een aantal Bessy-verhalen voor Duitsland. Daarna werkte hij nauw samen met Hec Leemans voor diens reeks Bakelandt. Uit een aantal concepten van Martin Lodewijk kiest Standaard Uitgeverij voor De Grot van de Beer. Sciencefiction is uit den boze, maar fantasy met draken en magiërs kan nog wel omdat het tot de denkwereld van de middeleeuwers behoorde.

Het verhaal opent met een respectvolle hommage aan Karel Biddeloo, die in de rook van Johans nachtelijke kampvuurtje verschijnt als Karel de Montabour. Johan mijmert bij alle avonturen die hij heeft beleefd: "Misschien vind ik ooit de rust waar ik nu nog niet aan toe ben als Bahaal uiteindelijk voorgoed is verslagen". Daarna doemen flink behaarde armen en handen uit de grond op — de horrortaferelen zijn terug! — om Johan te pakken te krijgen, maar de ridder bijt van zich af. Door de overmacht moet hij het onderspit delven waarop hij door een volk, met een cultus rond de beer, wordt meegesleept naar een onderaards rijk. Daar bedwingen een "hoeder van de beer" en een jonge vrouw een prehistorisch uitziend volk.

Als een soort knipoog naar keizerin Amargiths bevallige naaktscène in In de Witte Hel (deel 116, 1986) draaien Claus en Lodewijk de rollen om. Nu is Johan in zijn blote kont te zien en valt koningin Mariza onbeschaamd binnen. Ze heeft haar oog laten vallen op Johan en laat haar lustige interesse niet misverstaan. "Een ridder als uit de zangen van de minnezangers rond de kampvuren... Een aangenamer... eeuh... verandering van spijs is nauwelijks te bedenken." En ook nog: "... voor we samen... euh... nader kennismaken, heer ridder!" Wat ze daaronder verstaat, begrijpen we wel, maar intussen laat ze Johan wel boeien. Bij een onmetelijke schat gaat Mariza verleidelijk zitten en zegt ze Johan onomwonden: "de nabijheid van zoveel rijkdom windt mij op" terwijl ze haar handen door haar lange, blonde haren laat gaan. Johan, de "mooie knaap", heeft daar geen oren naar en krijgt prompt een slag in zijn gezicht.

Mariza wil Johan per se naar haar pijpen laten dansen, maar de dominante dochter van een voormalige kermisklant, die op de troon van Karel De Grote aast, vangt sowieso bot. Zelf was ze een messenwerpster in het kermisgezelschap. In het onderaardse rijk werden ze als goden aanzien nadat berentemmer Bellart hen was voorafgegaan. Nu Johan daar ook is terechtgekomen, is hun liedje weldra uitgezongen. Johan wacht vervolgens nog een mooie, gevarieerde carrière in handen van Claus op scenario van afwisselend Martin Lodewijk, Claus zelf, Marc Legendre en Peter Van Gucht. Hij tekent drieënveertig albums die officieel tot de reeks behoren. Daarna tekent hij nog twee bijkomende verhalen die samen met De Klauw (deel 247, 2015), het eerste deel van zijn trilogie die in de reguliere reeks onvoltooid bleef, in één luxebundel (2016) en een jaartje later in een ook al gelimiteerde uitgave in zwart-wit uitkomen.

DAVID STEENHUYSE



© Stripspeciaalzaak.be, 2019-2020