Bibliografie van Morris
• De Kunst van Morris
Bibliografie van René Goscinny
• Asterix
• Chick Bill
• Chick Bill (deel 47)
• De Complete Jerry Spring
• De Kleine Nicolaas
• De XII Werken van Asterix
• Hoempa Pa
• Iznogoedh
• Jerry Spring (deel 6)
• Johan Pikbroek
• Lucky Luke - Dargaud (deel 1 t/m 7, 9 t/m 14, 16, 17, 22)
• Lucky Luke - Dupuis (deel 9 t/m 31)
• Meester Mus
• Pechvogel
• Spaghetti
Bibliografie van Éric Adam
• De Geheime Driehoek - Hertz
• De Loopgraaf
• De Verhalen van de 7de Zucht
• Game Over (deel 4)
• Lucky Luke (deel B67)
• Marsupilami (deel 10, 11)
• Michelangelo
• Rataplan (deel 11)
• Roma
• Sneeuw - De Oorsprong
• Sneeuw - Het Begin
• Vercingetorix
LUCKY LUKE 1-34-50-68
1. Dick Diggers Goudmijn - 34. Dalton City - 50. De Eenarmige Bandiet - 68. O.K. Corral


Morris + Morris/René Goscinny/Bob De Groot/Xavier Fauche/Éric Adam • Dupuis / Lucky Comics
48 p. (SC)
De eerste pluk

Hoera! We schieten zeven keer in de lucht met Lucky Lukes unieke zevenklapper, één keer voor elk decennium waarin de lonesome cowboy alle evoluties, trends en modegrillen in het striplandschap overleefde en nog steeds een van de best verkochte stripreeksen is. Zijn volgende album, door Achdé en nieuwe scenarist Jul (die Lucky Luke voor het eerst in contact brengt met Joden in de Far West) kent in het Frans een eerste oplage van een half miljoen exemplaren! Er zijn er maar weinig die hem dat nadoen. En nu heeft Ballon Media het plan opgevat om in de volgende vijf jaar alle door Morris getekende albums in een opnieuw vertaalde en geletterde, doorlopend genummerde editie uit te brengen met een uniforme coverlay-out. En de sigaret werd nergens weggeretoucheerd. Alleen voor de vermelde uitgeverij op de cover is er nog een onderscheid: de eerste eenendertig albums verschenen bij Dupuis en dat blijft zo. Alle albums daarna verschijnen onder het label van Lucky Comics, in feite een partner van Dargaud. En zo hebben we voor het eerst de kans om eens een album van Morris te bespreken.

Het eerste lot heruitgaven lijkt een willekeurig allegaartje van diverse strips uit de reeks, van de eerste tot een van Morris' laatste. In werkelijkheid bieden de vier albums net een gevarieerde terugblik. In Dick Diggers Goudmijn (1949) staat Morris nog zwaar onder de invloed van de naoorlogse, Amerikaanse tekenfilmindustrie waar hij nog ter plaatse is gaan aankloppen voor werk. De personages zijn ronde, viervingerige figuurtjes die wel van rubber lijken. Ook André Franquin werkte in zijn beginjaren voor Robbedoes en Kwabbernoot in een gelijkaardige, beweeglijke stijl. Het verhaal is een rechttoe rechtaan achtervolgingsverhaal met heel wat slapstickmomenten die op maat gemaakt zijn voor een tekenfilm. In het tweede verhaal krijgt Luke te maken met een kwaadaardige dubbelganger en een personage dat een karikatuur is van acteur Jack Palance, maar die voor ons altijd het evenbeeld zal blijven van de Vlaamse politicus Louis Tobback.

Dalton City (1970) was een van de eerste albums die Morris en René Goscinny maakten na hun overstap van het weekblad Robbedoes naar het enkel in het Frans verschenen Pilote. De verhuis bood plaats aan een nieuwe westernreeks in Robbedoes, De Blauwbloezen, maar voortaan kon het in Lucky Luke ook wat stouter. Vandaar de komst van dansmeisjes met puntige voorstevens en half ontblote benen (hemeltje!). Goscinny, de man die vanaf De Spoorweg door de Prairie (deel 9, 1955) de reeks naar zijn glorieperiode loodste, creëerde de domme neven Dalton (Morris liet de orospronkelijke Daltons namelijk ombrengen), de oerdomme hond Rataplan en zoveel personages, situaties, grappen en grollen dat zijn inbreng van onschatbare waarde was. In Dalton City laat hij de Daltons een eigen stad stichten. Luke laat zich door hen gevangennemen terwijl ze hem dwingen mee de (lege) stad te runnen. Om nieuwe bewoners te lokken, wil Joe Dalton een bruiloft organiseren en alle desperado's uit te nodigen. Het is een verhaal tjokvol (aangestuurde) misverstanden en een heerlijk samenspel van Luke en de Daltons. Al te vaak heeft hij zich laten wegspelen door de Daltons, maar hier bespeelt hij hen meesterkijk.

Na Goscinny's spijtige dood in 1977 schreven Greg en Vicq een paar verhalen. Bob De Groot lukte het echter het meest om met De Eenarmige Bandiet (1981) als eerste in de geest van Goscinny een origineel verhaal te bedenken met een nieuwe uitvinding, een gokmachine waar iedereen — behalve Luke! — verslaafd aan raakt. De uitvinders zijn trouwens gebaseerd op historische figuren. Het album past in de traditie waarin Luke met iets of iemand van punt A naar punt B moet reizen en onderweg heel wat onverwachtse (en meestal grappige) obstakels moet overwinnen. Een nijdige, nerveuze schurk (gemodelleerd naar Louis de Funès) wil voorkomen dat de gokmachine een succes wordt, maar het lukt hem enkel om op de lachspieren te werken. Na dit verhaal schreef De Groot (gekend van Clifton, Robin Hoed en Leonardo) nog een kortverhaal en pas in 1998 het lange verhaal Marcel Dalton en in 2001 De Kunstschilder. De drie albums voor de spin-off Rataplan vermelden we er voor de volledigheid gewoon bij.

Bob De Groot had veel meer verhalen moeten schrijven, maar Morris koos na enkele jaren van veel afwisseling door diverse scenaristen (onder wie de Nederlanders Lo Hartog van Banda en Martin Lodewijk) meer en meer voor Jean Léturgie en Xavier Fauche als vaste schrijverstandem. In 1997 werkte Fauche eenmalig samen met Éric Adam voor het Lucky Luke-verhaal O.K. Corral, oftewel een beschrijving van Lukes zogezegde rol bij de beroemde krachtmeting in Tombstone. Dit album dateert helaas uit een periode waarin Morris gemakzuchtig was geworden en zijn eigen tekeningen kopieerde. Er zat geee fut meer in, de energie was eruit, de meeste dynamiek was weg en de aftakeling van de reeks was al ingezet. Ook het verhaal is weinig geïnspireerd en een herhaling van oude succesnummertjes.

De komende vijf jaar zullen er dus 73 nieuwe uitvoeringen van oude albums op de markt komen. Dat wordt sowieso een oogst van hoogte- en dieptepunten. De eerste pluk is er echter een die kan tellen. In oktober liggen er weer enkele heruitgaven voor ons klaar.

> DAVID STEENHUYSE — september 2016