Alle bijdragen van Frank Le Gall aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
07/07/2018 Frank Le Gall over Theodoor Cleysters 13
 
Frank Le Gall over Theodoor Cleysters 13
07/07
TOP
Theodoor Cleysters 13
Onderstaande bijdrage van Thierry Wagner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 113 van april 2018.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Theodoor Cleysters 13
Over versneld leven: "Ik ben nooit gestopt met het tekenen van Theodoor, nota bene voor een grote tentoonstelling van galerie Huberty & Breyne in Brussel drie jaar geleden. Die grote tekeningen met acrylverf hebben me negen maanden werk gekost. Ik hoefde dus niet van nul te beginnen voor het nieuwe album. Theodoor en ik zijn met elkaar verbonden. Hij scheepte in 1927 in. Nu zijn we het jaar 1934. Hij wordt veel minder snel oud dan ik. Zijn leven verloopt integendeel sneller. Als je ziet wat hij in zeven jaar allemaal heeft meegemaakt! Het stopt niet voor die arme jongen."

Over afwijkingen: "Ik werk op een heel traditionele manier op papier. Als je in al die jaren een bepaalde techniek op punt hebt gezet, zou het stom zijn daarvan af te komen. Maar ik heb me veel meer afwijkingen toegestaan. In al die jaren heb ik enorm veel gewerkt aan Mary Jane, een album voor uitgeverij Futuropolis dat nooit zal verschijnen. Ik heb uiteindelijk de handdoek in de ring gegooid. Dat album was heel ambitieus en dat vergde het maximum van mijn mogelijkheden met veel nieuwe dingen voor mij. Ik was klaar om die aan te pakken, maar mijn privéleven belette me eraan te werken."

Over doorsijpelen: "Na zo'n twintig jaar had ik drieëndertig pagina's van Mary Jane getekend, de helft van het verhaal. Ik hield het vol tot ik er ziek van werd. Elk ander idee was voor na Mary Jane bedoeld. Ik viel in herhaling: 'Wanneer ik klaar ben met Mary Jane maak ik een nieuwe Theodoor Cleysters, niet eerder.' Die drieëndertig pagina's zijn een missing link voor het publiek, maar ze sijpelen door in hoe ik tegenwoordig Theodoor Cleysters teken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Theodoor Cleysters 13
Over het penseel van Robert Crumb: "De tekenstijl van dit album is genereuzer dan de vorige. Ik had zin om verder te gaan dan het strikt noodzakelijke. Cleysters in zijaanzicht in prent 9 had ik met veel minder kleerplooien kunnen tekenen, maar ik liet me leiden door mijn penseel. Ik werk met Amerikaanse penselen, Hunt nummer 102. Het is hetzelfde penseel dat Robert Crumb gebruikt volgens een van zijn albums. Ik heb me daarop gestort. Het is ook het penseel van Milton Caniff. Superieur ijzer, een eerbaar gereedschap. Ik heb ook opmerkelijke Japanse viltstiften uitgeprobeerd en Japanse penselen die men gebruikt voor het tekenen van manga's."

Over inkleuringen: "Robin, mijn zoon, heeft de inkleuring gedaan. Zijn moeder, Dominique Thomas, kleurde alle andere albums in, behalve het eerste dat door Studio Leonardo werd gedaan bij Dupuis. Ik heb zelf een deel van de inkleuring van het tweede album gedaan, een beetje met Leonardo en met Dominique. Ze kwam echt bij de serie vanaf deel 3, Marie Rechtdoorzee. We werkten in hetzelfde atelier. Ik bereidde de gouachemengsels voor. We zijn sinds lang niet meer getrouwd, maar ze ging door met het inkleuren van mijn albums. Deel 12, dat in 2005 verscheen, kleurde ze in op de computer."

Over camerawerk: "Voor Amok voelde ik aan dat Dominique de tijd niet zou hebben die ik wenste dat ze eraan zou wijden. Robin wel. Hij groeide op tussen Cleysters en werd al jong ingewijd door zijn moeder. Ik wou dat hij het album aanpakte als een cameraman voor een film. Hij kende het scenario perfect en moest me zeggen hoe hij de scène zag. Voor het café vroeg ik hem gewoon om 'onbenoembare kleuren' te gebruiken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Theodoor Cleysters 13
Over een soundtrack: "Een ander decor. We verlaten de nacht en zetten onze zonnebril op. Op deze dubbelpagina staat geen enkele tekstballon. In een album met nogal veel dialogen moest ik een evenwicht bekomen bij de lezer. Ik heb deze scène in beeld gebracht met een ingebeelde soundtrack. Wat er ook gezegd zou worden, het zouden maar banale woorden zijn die niets aan de scène bijdragen."

Over geëvolueerd uiterlijk: "Ook het personage November is geëvolueerd. Hij stond goed met zijn baard, hé, op de vorige pagina? Hier gaan ze naar de kapper en krijgen ze hun normale uiterlijk weer terug in de loop van de pagina's. Heu... voor Cleysters is dat minder evident."

Over het hotel: "Het Raffles Hotel bestaat echt in Singapore. De zuilen staan op een terras waar taartjes of curryschotels gegeten worden, thee of een whisky soda gedronken wordt. Er hoort een verhaal bij de laatste prent. Ik heb geen kwaaie beelden van het hotel uit de jaren 1930. Er valt uit te begrijpen hoe het gebouw is geconstrueerd, maar er was een gebrek aan details. Ik kon er geen gebruik van maken om de voorgevel van het hotel te tekenen zonder te veel uit te vinden. Ik vroeg me af wat Alfred Hitchcock zou gedaan hebben. En ik begreep dat ik voor het 'filmen' van deze scène in één enkele prent de scène beter in het hotel, in de ingang, zou situeren om de personages te zien binnenkomen. Ik heb de situatie in één enkel beeld samengevat. Om te kunnen weten dat het om het Raffles Hotel gaat, heb ik de naam op het tapijt geschreven met een aangepast lettertype en heb ik November getekend zonder zijn hoed om te laten begrijpen dat ze uit de wagen komen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Theodoor Cleysters 13
Over een knipoog: "De naam van het schip aan de kade is een knipoog naar mijn vriendin, Eve Tharlet, de tekenares van Meneer Das en Mevrouw Vos die ze tekent op scenario van Brigitte Luciani en die bij Dargaud verschijnt (de vertaling stopte na twee delen, red.). Ze was eerst illustratrice van een honderdtal kinderboeken. Een ervan is in alle soorten en maten uitgegeven in heel veel landen en kende de oorspronkelijke titel Die Heinzelmännchen von Köln, een klassiek Germaanse sprookje dat ze heeft bewerkt. Het is een verhaal over kaboutertjes in Keulen die karweitjes komen uitvoeren wanneer je slaapt."

Over duiven: "Die postduiven hebben me veel last bezorgd. Ik ben naar duivenmelkers geweest, maar hun kooien waren over het algemeen heel verzorgd. Ik zocht iets rustieker. Ik had wel enkele herinneringen, maar zaten de duiven in afzonderlijke kleine kooien of samen in een hok? Ik heb er witte duiven van gemaakt zodat ze overeenkomen met het personage in het witte kostuum."

Over het volgende album: "Terwijl ik aan dit album werkte, dacht ik na over de volgende Theodoor Cleysters. Ik liet de ideeën malen in mijn hoofd. Ze opschrijven maakte het concreter en moeilijker om verder te laten evolueren. Vervolgens ging ik over tot het uitschrijven zonder bladschikking noch planning. Nu sta ik voor de grote beslissingen, het moment waarop alles bij elkaar wordt gebracht en de belangrijke thema's worden vastgelegd en waarop je beslist over de benodigde personages. Ik ben wat vermoeid na de drieënhalf jaar noeste arbeid die ik heb verricht aan Amok. Daarnaast schilder ik. Dat helpt mijn gedachten te verzetten."