| |
 |
 |
Klik
verder naar alle eerdere updates, van Weetje 226 tot
250:
• 249
Onvoltooid project (26): Suske en Wiske: De Sonometer
• 234
Aimée de Jongh (12) debuteert in Suske en Wiske
Weekblad
• 233
Hoe wordt een strip gemaakt?
• 232
Bakkersgastjesoorlog
• 231
Jean Roba voor Smarties
• 230
De duizend platen van Brammetje Bram
• 229
De Rode Wreker door Dirk Stallaert
• 228
Casting voor Kiekeboe-film
• 227
Milo Manara voor Strongbow
• 226
Kopieerdrift Bessy trof ook Jerry Spring |
|
|
 |
|
Onvoltooid
project (26): Suske en Wiske:
De Sonometer |
|
 |
 |
Nadat
Willy Vandersteen in 1959 Het Gouden
Paard had afgerond, was het de bedoeling dat er een
nieuw verhaal van Suske en Wiske in het weekblad
Kuifje zou komen. De Sonometer zou het
negende avontuur van Suske en Wiske in Kuifje
worden, maar het bleef onafgewerkt. Er zijn slechts drie
uitgewerkte halve platen van bekend (een ervan is in het
bezit van Merho) en van een andere halve
plaat bestaat een half uitgewerkte versie. Je kan ze onder
dit artikel alle vier bekijken. Klik erop voor een grotere
weergave. De toegevoegde hoofdingen dateren van 2016 voor
een gelegenheidsuitgave van een groepje Vandersteen-fans
die zich de Vandersteen-Vrienden noemen. Sebastiaan
Krijnen verzorgde het tekenwerk van de hoofding
en de cover (zie hierboven) van deze speciale uitgave.
Het boekje was enkel bedoeld voor aanwezigen van de zogenoemde
Vandersteen-diners en verscheen in een oplage van amper
34 exemplaren.
Vandersteen stopte zijn medewerking aan Kuifje
en daar waren enkele redenen voor. Tijdens de productie
van Het Gouden Paard verliet medewerker Karel
Boumans (die het verhaal grotendeels in inkt
had gezet) Willy Vandersteen. De rest van het verhaal
werd in inkt gezet door Eduard De Rop.
Vandersteen verkoos zijn studio verder uit te bouwen en
datzelfde jaar werd Studio Vandersteen
een officieel feit. Op 5 november 1959 startte de studioreeks
De Rode Ridder naar de jeugdboekenreeks van Leopold
Vermeiren waarvoor ook Eduard De Rop werd ingezet.
Na Suske en Wiske is De Rode Ridder
de langstlopende stripreeks van Vandersteen. Een klein
jaar later, vanaf 18 augustus 1960, volgde de spin-off
van Jerom als voorpublicatie in Ons Volkske.
In dat eerste verhaal zonder Suske, Wiske en Lambik, Het
Geheim van Brokkelsteen, werd melding gemaakt dat
de drie andere personages naar Japan vertrokken. Er werd
dus rekening gehouden met het verhaal van De Sonometer.
Ook nog in de jaren 1960 kwamen Karl May en
Biggles erbij en dat waren lang niet de enige reeksen
die Studio Vandersteen in de loop van de decennia maakten.
De ene serie verscheen langer dan de andere zolang Willy
Vandersteen zijn studiomedewerkers werk kon geven. Desnoods
betaalde hij uit eigen zak hun loon bij reeksen die verlieslatend
werden voor hij ze uiteindelijk stopzette.
Een andere reden voor het verdwijnen van Suske en
Wiske uit Kuifje was een dispuut tussen
uitgeverij Le Lombard (de uitgever van
het weekblad Kuifje en van de Franse edities
van de blauwe reeks) en Standaard-Boekhandel,
de vroegere Standaard Uitgeverij. Le
Lombard wilde ook de Nederlandstalige albums van de blauwe
reeks uitgeven terwijl Standaard-Boekhandel de rechten
op de albums wilde behouden. Door dit dispuut verschenen
De Groene Splinter en Het Gouden Paard
niet in de Franstalige blauwe reeks. Bij de Vlaamse uitgeverij
kwam bovendien een nieuwe uitgever aan de top die Vandersteen
aanraadde de medewerking met Kuifje te stoppen.
Behalve Suske en Wiske verdween ook 't Prinske
uit Kuifje. Een verdere toegang naar de veel
grotere Franse markt werd gesloten.
Het enthousiasme om twee reeksen van Suske en Wiske
te maken, de ene voor de krant, de andere voor het weekblad,
was trouwens ook al aardig geluwd. Vandersteen liet het
uitwerken van Het Gouden Paard al grotendeels
over aan zijn medewerkers, ook voor De Sonometer
zou dat het geval geweest zijn. Het verhaal zou zich in
Japan in het toenmalige heden afgespeeld hebben met geluidsoverlast
als een thema. De uitvinding van een zekere professor
Tellenbol zou de inzet moeten worden voor een spannend
verhaal. Dat verhaal zullen we nooit te lezen krijgen
tenzij de huidige makers in een vlaag van nostalgie of
de uitgeverij bij wijze van stunt alsnog over een verdere
uitwerking beslist.
(Met dank aan Tom Metdepenningen)
|
Aimée
de Jongh (12) debuteert in Suske en Wiske Weekblad |
|
 |
 |
De
Boekenbeurs viert momenteel haar tachtigste verjaardag.
Voor de editie in 2000 organiseerde Standaard
Uitgeverij een striptekenwedstrijd in drie categorieën:
van 8 tot 11 jaar, van 12 tot 15 jaar en ouder dan 15
jaar. De winnaars ontvingen een pakket van 25 stripverhalen
en bovendien werd hun inzending gepubliceerd in het Suske
en Wiske Weekblad. Het eerste verhaal "is van
Aimée de Jong uit Waalwijk (Nederland).
Hij (!) is de winnaar van de grote striptekenwedstrijd
in de categorie van 8 tot 11 jaar." Wie goed kijkt
naar de naam van de auteur van Wat te doen voor een
ijsje?, ziet echter nog net de aanzet tot een H op
het einde van de Jongh. "Wie weet, betekent dit voor
enkelen van jullie het begin van een succesvolle stripcarrière?",
was de laatste zin van het begeleidende artikel. Profetische
woorden, kunnen we zestien jaar later bevestigen, nu Aimée
de Jongh onder meer Snippers, De
Terugkeer van de Wespendief en een hommage aan De
Blauwbloezen tekent. De overige winnaars waren overigens
Ken Moens uit Dendermonde en Robin
Vinck uit Maastricht die ook nog steeds aan de
slag is als illustrator en striptekenaar, zie www.robinvinck.nl.
— Wouter Adriaensen |
Hoe
wordt een strip gemaakt? |
|
 |
|
Hoe
wordt een strip gemaakt? Onder die titel verscheen
in 1992 een artikel in een tijdschriftje van Standaard
Boekhandel. De foto's kwamen van Studio
Vandersteen met voorbeelden uit Bessy Natuurkommando,
Suske en Wiske en Robert en Bertrand.
In de voorbije vijfentwintig jaar raakte het gebruik van
de computer natuurlijk meer en meer ingeburgerd, vooral
bij het letteren en inkleuren, maar ook meer en meer voor
het tekenen en inkten. |
| |
|
 |
 In
het portfolio van de eerste integrale van Kramikske,
die begin september bij Saga Uitgaven
verscheen, staat heel wat merchandising voor bakkers en
banketbakkers verzameld die Jean-Pol
door de jaren heen tekende met zijn bakkersgastje Kramikske
erop. Lezers van het vakblad Contact konden dergelijke
publiciteit voor de winkel gewoon bestellen. Het ging
om diverse lichtreclame, houten panelen als uithangbord,
prijsetiketten, pancartes om jaarlijkse vakanties aan
te kondigen, luciferdoosjes, broodzakken, noem maar op.
Hierboven en hiernaast vind je een selectie.
Minder bekend is dat ook Berck (de tekenaar
van Sammy die na Bercks pensioen door Jean-Pol
werd overgenomen) een tijd lang actief was voor de sector.
Berck creëerde niet één, maar drie
verschillende bakkersgastjes die hun weg vonden naar bedrukkingen
op taartdozen, broodzakken (zie illustratie hieronder)
en tutti quanti. Achter de gelijklopende opdracht zat
een heuse concurrentiestrijd en zowel Berck als Jean-Pol
vaarden er wel bij.
Een fragment uit het achtergronddossier van de eerste
integrale:
"Kramikske en de sector van de warme bakker, dat
was een goed huwelijk. Kramikske was overal. In 1981 kwam
er zelfs een album in zwart-wit met een selectie gags.
In 1985 volgde er een kleurenalbum, een speciale uitgave
voor het cliënteel van de Ceres-molens.
In juni 1982 kneedde de Confederatie van de Belgische
broodbakkerij, banketbakkerij, suikerbakkerij en ijsbereiding
een nieuw tijdschrift samen dat als Beroepsleven
(Nederlandstalig) en Notre Métier (Franstalig)
tot 2005 verscheen. In het eerste nummer stond een interview
met een warme bakker onder de rubrieksnaam Kramikske op
bezoek bij...
Ook gags van Kramikske werden opgenomen en af en toe sierde
het figuurtje de cover, bijvoorbeeld om in 1984, op twee
achtereenvolgende covers, de lancering van de nv Ceres
te onthullen.
Ceres was de samensmelting van Dyle Molens,
Meunerie Bruxelloise, Remy Hungaria,
La Royale en Molens van Drie
Fonteinen. Ceres was meteen de grootste maalderij
van het land. Behalve Beroepsleven gaf Ceres
ook het driemaandelijkse tijdschrift Contact
uit om de band tussen het bedrijf en de bakkers te versterken.
Bakkers konden via het blad prijskaartjes, taartdozen,
lichtreclames, stoepborden, posters, T-shirts en stickers
van Kramikske aankopen. Heel wat extra illustraties en
ook spelletjes voor de kinderen in het bakkersgezin fleurden
het tijdschrift op.
Nochtans koos Jean-Pol niet zelf voor Ceres, dat deed
zijn schoonbroer in zijn plaats voor hem. 'Op een bepaald
moment (in 1984) verkocht mijn schoonbroer zonder mijn
medeweten zijn zaak Dyle Molens aan Ceres en ging hij
eigenaardig genoeg werken bij de concurrentie van Ceres.
Tegen wil en dank belandde ik dus bij Ceres, onze vroegere
grote concurrent. Ik was daar helemaal niet mee opgezet!
Het voelde een beetje aan als een mes in mijn rug... Het
waren moeilijke momenten voor Kramikske en mij. Bij zijn
nieuwe werkgever ging mijn schoonbroer op zoek naar een
nieuw figuur voor de merchandising van de warme bakker
en hij klopte aan bij Berck die drie kleine bakkertjes
creëerde. In het begin was ik daar echt niet tevreden
over, maar uiteindelijk bleek het een lonende zaak voor
zowel Berck als mijzelf. De twee bedrijven concurreerden
tegen mekaar op en de opdrachten bleven binnenlopen. Wanneer
wij affiches maakten, deden zij het ook. Wanneer wij begonnen
met affiches in vier kleuren, bleven ook zij niet achter.
En zo bleef dat spelletje enkele jaren duren met affiches,
folders, stickers, bloemzakken,... tot uiteindelijk Kramikske
het gehaald heeft. Het is dus allemaal nog goed verlopen
voor mij, maar niet voor mijn schoonbroer want die hebben
ze er uiteindelijk uitgewipt!'
In 1989 kwam Ceres in handen van de Franse groep Soufflet,
een grote industriële bloemmolen en de latere Europese
marktleider voor bakkersbloem en -meel. Het einde van
een mooi, 'ambachtelijk' verhaal. Begin jaren 1990 was
het afgelopen met het aanbieden van promotieartikelen
met Kramikske." |
| |
|
 |
Een
van onze lezers stuurde ons onderstaande foto's door van
illustraties die Jean Roba (Bollie
en Billie, De Sliert) in de jaren 1970 maakte
voor Smarties. Het snoepmerk bestaat
nog steeds, het reclamebureau Lintas,
dat Roba de opdracht gaf, niet meer. De illustraties met
kinderen die Smarties delen werden gebruikt voor advertenties
die in vrouwenbladen als Het Rijk der Vrouw en
Libelle verschenen. Onze lezer was toen de product
manager van Rowntree Mackintosh, de fabrikant
van Smarties die in 1988 werd opgekocht door voedselgigant
Nestlé. Hij kreeg de originelen
en heeft ze vervolgens ingekaderd en bewaard. We kunnen
ze daarom met je delen.
|
De
duizend platen van Brammetje Bram |
|
 |
Met
alle integrales die de laatste jaren verschijnen, mijmeren
we op de redactie ook wel eens over reeksen die een complete,
gebundelde heruitgave zouden verdienen. Het succes van
nogal wat piratenreeksen indachtig noemde medewerker Wouter
Adriaensen de komische piratenreeks Brammetje
Bram van de in Borgerhout geboren Eddy Ryssack
(1928-2004). Maar een potentiële uitgever
moet weten waar hij aan begint. Van de zowat duizend platen
die Ryssack van zijn langst lopende reeks tekende, is
er maar een fractie vertaald en in album verschenen. Wouter
zocht alle publicaties voor je uit en kwam tot onderstaand
overzicht.
Eddy Ryssack werkt vanaf 1953 als tekenaar en animator
voor onder meer het tijdschrift Humo, TVA
Dupuis (de filmstudio van de gelijknamige uitgeverij)
en het stripblad Robbedoes. Na bijna tien jaar
verlaat hij TVA in 1968 en besluit hij zelfstandig stripauteur
te worden. In 1970 gaan in het Nederlandse stripblad Sjors
de avonturen van scheepsmaatje Brammetje Bram van start.
De rest van de bemanning van het piratenschip De Zeemadelief
bestaat uit Kapitein Knevel de Killer, bijgenaamd 'de
schrik der zeven zeeën', de kat Knarf, de Chinese
kok So-Wi-So, de rumverslaafde scheepsdokter Salver Quak
en de forse Viking Driek.
Weinig geweten is dat Ryssack de eerste twee jaar tekent
naar scenario's van de Nederlandse schrijver Frans
Buissink. De tekst voor De Gevangenen van
het Duivelseiland werd geschreven door Jacques
Bakker. Voor de latere kortverhalen in Sjors
werkte hij naar verluidt samen met Piet Hein Broenland,
bekend van Bercks Lowietje,
en Michel Noirret, met wie hij in 1976
nog Schmaks maakt voor het weekblad Kuifje.
De veertien verhalen die tussen april 1970 en augustus
1975 voorgepubliceerd werden in Sjors telden
meestal 44 platen. In het Nederlands verscheen slechts
één ervan in 1973 in albumvorm bij Oberon,
ook de uitgeverij van het blad: De Schat van de Noer-Akhs.
Een ander verhaal uit deze periode, De Levende Mummie,
werd in 1984 door Danny Dewilde van de
Gentse stripspeciaalzaak De 9e Kunst
in hardcover uitgebracht op amper 46 exemplaren, waarvan
veertig met een originele plaat.
 |
|
| VERHALEN
IN SJORS (NL)
bold
= in album verschenen |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Knevel
de Killer |
1970
nr. 17 |
1970
nr. 38 |
De
Schat van de Noer-Akhs |
verschenen
als album |
De
Zonnekoning van de Mato Grosso |
1971
nr. 21 |
1971
nr. 42 |
De
Levende Mummie |
verschenen
als album |
De
Listen van Linke Loe |
1972
nr. 18 |
1972
nr. 39 |
De
Schrik van Torantijn |
1972
nr. 43 |
1973
nr. 12 |
De
Jacht op het Pauwe-ei |
1973
nr. 18 |
1973
nr. 39 |
De
Gevangenen van het Duivelseiland |
1973
nr. 41 |
1974
nr. 10 |
Jonker
Ahoi |
1974
nr. 19 |
1974
nr. 40 |
Brammetje
op de Brug |
1974
nr. 45 |
1974
nr. 46 |
Zie
Ginds Komt de Zeilschuit |
1974
nr. 49 |
|
De
Erfenis van Knevel |
1975
nr. 11 |
1975
nr. 14 |
Opgeruimd
Staat Netjes |
1975
nr. 23 |
1975
nr. 25 |
Knevel
als Landrot |
1975
nr. 26 |
1975
nr. 33 |
Wanneer Sjors door dalende oplages in 1975 samen
met Pep het nieuwe Eppo vormt, verhuist
Brammetje Bram definitief naar Duitsland waar
hij als Pittje Pit de zeven wereldzeeën
bevaart. Uitgeverij Koralle Verlag voert
hem veelvuldig op in Zack Parade, verzamelalbums
met complete avonturen van de helden uit stripblad Zack.
Op vier jaar tijd verschijnen er vijfentwintig verhalen
met een lengte van zestien platen tot een volledig album.
Begin 1977 staan er bovendien twee avonturen van Pittje
Pit in het reguliere tijdschrift. Opvallend aan de
Duitse verhalen is wel dat de achtergronden in het algemeen
minder uitgewerkt zijn. Door de elasticiteit en expressiviteit
van de personages wordt dat gelukkig ruimschoots gecompenseerd.
| VERHALEN
IN ZACK PARADE (D) |
START
PUBLICATIE |
Als
Hackepeter Baden Ging |
Zack
Parade 6 |
| Frühjahrsputz
bei den Piraten |
Zack
Parade 8 |
| Wenn
Piraten pokern |
Zack
Parade 9 |
| Immer
diese Landratten |
Zack
Parade 10 |
| Hackepeters
Fette Erbschaft |
Zack
Parade 11 |
| Der
Giftzwerg des Gouveneurs |
Zack
Parade 12 |
| Der
Fliegende Holländer |
Zack
Parade 13 |
| Die
Lebende Mumie |
Zack
Parade 15 |
| Arger
à la Carte |
Zack
Parade 18 |
| Buddhas
Ohr |
Zack
Parade 19 |
| Käpt’n
ohne Schiff |
Zack
Parade 21 |
| Hackepeter
Lernt das Fürchten |
Zack
Parade 22 |
| Das
Helgoländer Monster |
Zack
Parade 23 |
| Waldo,
der Piratenschreck |
Zack
Parade 24 |
| Kanonen,
Knast & Kameraden |
Zack
Parade 25 |
| Ein
Satansbraten |
Zack
Parade 26 |
| Doc
Gallensteins Elixier |
Zack
Parade 27 |
| Katzenjammer
und Kanonen |
Zack
Parade 28 |
| Der
Kinderschreck |
Zack
Parade 30 |
| Wie
die Jeans Erfunden Wurde |
Zack
Parade 31 |
| Kurs
auf Jamaica |
Zack
Parade 32 |
| Das
Holz des Alten Iren |
Zack
Parade 33 |
| Piraten
under Sich |
Zack
Parade 35 |
| Alles
in Butter auf dem Kutter |
Zack
Parade 36 |
|
So'ne und Solche Piraten |
Zack
Parade 39 |
| VERHALEN
IN ZACK (D) |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Bürokraten
und Piraten |
1977
nr. 6 |
1977
nr. 7 |
Freibeuter
e.V. |
1977
nr. 12 |
|
In 1979 acht Koralle de tijd rijp om Europa te veroveren.
Er verschijnen vertalingen van Zack in Frankrijk
(Super As, SuperJ) en België en
Nederland (Wham!). Ryssack krijgt de rol van
artistiek directeur bij Wham! toebedeeld. Via
een omweg verschijnen de avonturen van Brammetje Bram
opnieuw in het Nederlands. De eerste twee lange verhalen,
Brammetje Bram en de Beieren en De Steen
der Wijzen, verschijnen datzelfde jaar nog in albumvorm
bij de speciaal daarvoor opgerichte uitgeverij Harko
Magazines. Daarna levert Ryssack vooral kortverhalen
van zes, zeven, acht of soms vijftien platen. Voor enkele
verhalen, waaronder De Beieren, werkt Ryssack
samen met Jacques Van Melkebeke, een
persoonlijke vriend van Hergé
die na de Tweede Wereldoorlog vaak het pseudoniem Jacques
Alexander gebruikt. Voor De Draken van de
Aartshertog levert gewezen Robbedoes-hoofdredacteur
Yvan Delporte het scenario.
 |
|
| VERHALEN
IN WHAM! (NL)
bold
= in album verschenen |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
De
Beieren (=
Wham! Album 4) |
1979
nr. 1 |
1979
nr. 9 |
| De
Steen der Wijzen (=
Wham!
Album 10) |
1979
nr. 10 |
1979
nr. 18 |
| Holiday
on Ice |
1979
nr. 25 |
1979
nr. 26 |
| De
Draken van de Aartshertog |
1979
nr. 35 |
|
| De
Kater van Kapitein Knevel |
1979
nr. 37 |
|
| De
Verschrikkelijke Bende |
1979
nr. 41 |
|
| Een
Onverwachte Gast |
1979
nr. 42 |
|
| Kapitein
zonder Schip |
1980
nr. 8 |
1980
nr. 9 |
| Een
Bram in de soep |
1980
nr. 11 |
|
| Een
Zee van Verveling |
1980
nr. 17 |
|
| Een
Muizeval voor Piraten |
1980
nr. 19 |
|
| Het
Verraad van Brammetje Bram |
1980
nr. 24 |
|
In
Frankrijk verschijnen de avonturen van Brammetje
Bram een eerste keer bij Albin Michel,
waar in de reeks Brieuc Briand in 1976
het album Pépé la Triche
uitkomt. Wanneer Super As op de markt verschijnt,
wordt de serie opnieuw gelanceerd onder de naam
Colin Colas. Het gaat grotendeels om vertalingen
van de verhalen die ook in Wham! verschijnen,
maar er zijn ook twee lange en vier korte verhalen
die enkel voorgepubliceerd werden in Super As.
De lange avonturen, L'Île aux Trésors
(Het Schatteneiland) en Le Monstre
de Drumnadrochit (Het Monster van Drumnadrochit)
worden in het Nederlands in albumvorm uitgebracht.
Voor dat laatste verhaal zet Ryssack de samenwerking
met Delporte verder. Aangevuld met De Beieren
(Les Montagnards Sont Là!) en De
Steen der Wijzen (L'Appel des Tam-tams)
brengt Fleurus de vier Nederlandse
albums ook in het Frans uit. |
|
 |
|
 |
|
 |
|
| VERHALEN
IN SUPER AS (FR)
bold = in album verschenen (NL+FR) |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Les
Montagnards Sont Là! |
1979
nr. 1 |
1979
nr. 8 |
| L'Appel
des Tam-tams |
1979
nr. 10 |
1979
nr. 18 |
| Biscuits
Secs et Copies Conformes* |
1979
nr. 19 |
1979
nr. 22 |
| La
Lettre de Marque* |
1979
nr. 23 |
1979
nr. 24 |
| Holiday
on Ice |
1979
nr. 25 |
1979
nr. 26 |
| L'Île
aux Trésors (= Wham! Album 25) |
1979
nr. 27 |
1979
nr. 33 |
| Les
Dragons de l'Archiduc |
1979
nr. 35 |
|
| Silence
sur la Mer! |
1979
nr. 37 |
|
| Une
Toile dans le Vent* |
1979
nr. 39 |
|
| La
Bande Terrifiante |
1979
nr. 41 |
|
| Une
Mémé de Haute Mer |
1979
nr. 42 |
|
| Le
Monstre de Drumnadrochit |
1979
nr. 45 |
1979
nr. 51 |
| On
A Volé la 'Poule d'Eau' |
1980
nr. 54 |
1980
nr. 55 |
| Pour
une Soupe à l'Oignon |
1980
nr. 57 |
|
| Un
Océan d'Ennui |
1980
nr. 63 |
|
| Souricière
à Pirates |
1980
nr. 65 |
|
| La
Trahison de Colin Colas |
1980
nr. 70 |
|
| Le
Péril Jaune* |
1980
nr. 74 |
|
| *
Verscheen enkel in het Frans |
Midden 1980 is het verhaal van Zack alweer uit.
In 1981 en 1983 verschijnen nog twee albums van Brammetje
Bram, De Keizer van Saragasso en Tornado
over Jamaica, in het Nederlands bij Novedi
en de Franse vertalingen L'Empereur des Sargasses
en Razzia sur la Jamaïque bij Hachette.
Voor De Keizer van Saragasso kan Ryssack nog
eens rekenen op een verhaal van Yvan Delporte. Nadat zijn
geestelijke vader naar eigen zeggen meer dan duizend platen
van Brammetje Bram tekende, focust Ryssack zich
op reclame-illustraties.
 |
In
2001 brengt de West-Vlaamse uitgeverij van luxe-albums
Silhouet Piraterij &
Co uit, een hardcoverbundeling van drie onvertaalde
verhalen uit de periode van Wham! en
Super As plus voorbereidende schetsen.
Er verschenen driehonderd genummerde en gesigneerde
exemplaren en dertig buiten handel (BH) met een
originele plaat. |
Zo'n vijfentwintig jaar na het laatste album besluit Epsilon
Verlag, de Duitse uitgeverij van werk van onder
meer de Braziliaanse auteur Léo
en de Nederlandse tekenaar Henk Kuijpers,
alle avonturen van Pittje Pit chronologisch in
albumvorm uit te geven. Voorlopig zijn enkel de eerste
vier strips effectief gedrukt.
| ALBUMREEKS
EPSILON
bold = in het Nederlands als album verschenen |
KORTVERHALEN |
| 1.
Hackepeter, der Schrecken der 7 Meere |
|
| 2.
Der Schatz der Grünen Monster |
|
| 3.
Der König der Dschungels |
|
| 4.
Die Lebende Mumie |
|
| 5.
Waldo, der Piratenschreck |
|
| 6.
Das Helgoländer Monster |
|
| 7.
Keilerei um's Pfauenei |
|
| 8.
Die Gefangenen der Teufelsinsel |
|
| 9.
Der Kinderschreck |
|
| 10.
Als Hackepeter Baden Ging |
-
Das Boot vom Weihnachtsmann
- Hackepeters Fette Erbschaft
- Frühjahrsputz bei den Piraten
- Wenn Piraten Pokern |
| 11.
Der Fliegende Holländer |
-
Immer diese Landratten
- Der Giftzwerg des Gouverneurs
- Der Fliegende Holländer
- Ärger à la Carte |
| 12.
Bürokraten und Piraten |
-
Buddhas Ohr
- Käpt'n ohne Schiff
- Hackepeter Lernt das Fürchten
- Bürokraten und Piraten |
| 13.
Die Schatzinsel |
|
| 14.
Freibeuter e.V. |
-
Freibeuter e.V.
- Doc Gallensteins Elixier
- Holiday on Ice
- Katzenjammer und Kanonen
- Wie die Jeans Erfunden Wurde |
| 15.
Die Bayern |
|
| 16.
Das Holz des Alten Iren |
|
| 17.
Der Stein der Weisen |
|
| 18.
Der Schrecken von Schottland |
|
| 19.
Die Drachen der Piraten |
-
Die Drachen des Erzherzogs
- Die Schreckensbande
- Der Ozean der Langeweile
- Piraten in der Mausefalle
- Rettung in Letzter Sekunde
- Die Gelbe Gefahr
- So'ne und Solche Piraten |
| 20.
Der Kaiser von Sargasso |
|
| 21.
Raubzug über Jamaika |
|
|
De
Rode Wreker door Dirk Stallaert |
|
 |
|
Dirk
Stallaert heeft naar eigen zeggen tegenwoodig
zijn handen vol aan uitsluitend Mieleke Melleke Mol
waarvan de verhaaltjes geschreven worden door Urbanus.
In vroeger tijden pubiceerde hij een veelvoud aan strips
die al dan niet in album verschenen. Een minder gekend
kortverhaaltje van twee pagina's is De Rode Wreker
dat in 1992 in een magazine van Artis Historia
verscheen. Het stond ook op de website
van Stallaert, maar als je daar nu naartoe surft, kom
je op een verkoopsite voor wielrennersoutfits terecht.
Klik op de afbeeldingen voor grotere versies. |
Casting
voor Kiekeboe-film |
|
 |
 |
In
1991 vatte tv-producent N.V. Amusement
het idee op om een film van Kiekeboe te maken
naar het album Het Witte Bloed. Sinds 1989 was
de studio hofleverancier van tv-programma's voor het dat
jaar opgerichte VTM met in die periode
grote successen als Bompa, de nog altijd lopende
soap Familie en Drie Mannen onder één
Dak. Later kwamen daar onder meer Nonkel Jef,
Spoed, Zone Stad en Louislouise
bij. In 2005 werd het bedrijf opgekocht door VMMa
(in 2014 omgedoopt naar Medialaan), de
firma achter de commerciële zender VTM. Tegenwoordig
heet het overkoepelend, intern productiehuis TvBastards
dat garant staat voor internationaal opgepikte reeksen
als Benidorm Bastards en Wat Als?.
Maar goed, terug naar 1991. In het weekblad Dag Allemaal
verscheen in vijf opeenvolgende weken een oproep voor
aspirant-acteurs die in de op stapel staande film wilden
meespelen. De rest van de oproepen vind je onderaan dit
artikel. Die oproepen leidden naar audities die Merho
zich als volgt herinnert: "Ik was bij die audities
aanwezig. Een hele bende amateurs, min of meer gelijkend
op hun personage, kwam er op af. Op zoek naar roem en
tv-bekendheid. Maar hun acteren was ronduit beschamend.
Slechts één iemand werd weerhouden:
Riet Van Gool. Ze was een goede amateuractrice
die de rol kreeg van mevrouw Van der Neffe. En door deze
auditie belandde ze in Familie." Van Gool
speelde elf jaar lang in Familie mee als Monique,
de echtgenote van Jef Van den Bossche, vertolkt door Jef
De Smedt.
Met slechts één geschikte acteur kon er
geen film gedraaid worden. Merho: "Dan werd er toch
wijselijk besloten te werken met echte acteurs. De film
werd opgenomen in de zomer van 1992, tijdens een draaistop
van Familie. Omdat die mensen toch al op de loonlijst
stonden, zaten er verschillende acteurs uit Familie
in." Inderdaad, Anne Somers (Fanny)
is bekend als Veronique Van den Bossche in de populaire
soap. Ben Rottiers (vampier Mikal) zal
nog een paar generaties bekend blijven als Pol De Tremmerie
uit F.C. De Kampioenen, maar vanaf 1992 speelde
hij een paar jaar mee in Familie. Annie
Geeraerts (Moemoe) is nog steeds actief als Anna.
Jef De Smedt was in Het Witte Bloed te zien in
een bijrolletje als patiënt. De sexy Mona werd gestalte
gegeven door Ann Ceurvels die in 1993
eventjes in Familie belandde, maar daarna in
heel wat Vlaamse tv-reeksen meespeelde. Bob Stijnen
(Balthazar) was van bij het begin te zien in de soap als
François Van den Bossche, een rol die hij tot 1996
mocht spelen. Ook Frans Van De Velde
(Sapperdeboere) was te zien in Familie.
Behalve diverse Familie-acteurs vulden de volgende
acteurs de cast aan: Dirk Bosschaert
(Marcel Kiekeboe) is bekend als het personage Berend Brokkenpap
in de tv-serie Piet Piraat en in 1994-1995 vertolkte
hij Jerom in Suske en Wiske, de Musical. Tegenwoordig
is hij ook de stem van Samson. Anne Mie Gils
(Charlotte) speelde eerst mee in heel wat musicals voor
ze in Zone Stad en van 2011 tot 2013 alsnog in
Familie meedeed. Haar stem kan je elke keer horen
als je de sprekende klok belt. Herwig Ilegems
(Leon Van der Neffe) werd pas beroemd als nevenpersonage
in Van Vlees en Bloed en hij speelde daarna mee
in Duts en T. Luc Philips (opa
vampier) was al een levende legende door rollen in Wij,
Heren van Zichem en Bompa.
Er was trouwens ook sprake van een tv-reeks naar de stripreeks,
maar het project werd getorpedeerd na het slechte onthaal
van de film waarvan de productie, decors, kostuums en
(loskomende) pruiken heel amateuristisch overkwamen. Een
bijgewerkte versie van de film, met weglating van enkele
scènes, kwam in 2003 op dvd uit als extraatje bij
Kiekeboe 99: Mona, de Musical.



 |
Milo
Manara voor Strongbow |
|
 |
Zo'n
tien jaar geleden kregen we ons drankje in een Gentse
Irish pub op bovenstaand bierviltje geserveerd. De illustratie
van Milo Manara diende als promotie voor
cider van het Britse Strongbow. Er bestaan
ook promotieaffiches van die Strongbow liet maken. Volgens
Catawiki is het bierviltje in nieuwstaat
een luttele 20 eurocent waard. Dat is een pak goedkoper
dan het originele aquarelschilderij dat in november 2014
via een veiling van Artcurial onder de
hamer ging. Het origineel was geschat tussen 7.000 en
9.000 euro. Uiteindelijk wisselde het van eigenaar voor
13.272 euro.
 |
Kopieerdrift
Bessy trof ook Jerry Spring |
|
 |
In
eerdere artikels maakte Leo Kupers vergelijkingen
tussen Bessy met andere westernstrips waaruit
de tekenaars van Bessy gretig pikten om prenten
na te tekenen of inspiratie uit te halen. Hieronder deelt
Kupers zijn nieuwste vondsten met ons.
Bessy-album De Bron, nummer 88 in de
Nederlandstalige reeks, verscheen in 1971. Het exemplaar
voor de Duitse markt — deel 196, Überfall
am Berg der Götter — verscheen reeds een
jaar daarvóór.(1)
Eerder beschreef ik in deze rubriek plagiaat in diverse
Bessy-albums met gebruikmaking van prentjes uit
Blueberry-albums.(2)
Ook De Bron komt daarin aan de orde. In dat artikel
voerde ik twee prentjes op die gebaseerd zijn op het Blueberry-album
De Eenzame Adelaar. Er blijkt echter ook gebruikgemaakt
te zijn van een album uit de reeks Jerry Spring,
te weten deel 11, De Weg naar Coronado, voor
het eerst uitgegeven in 1962.(3)
Tekenaars zijn Jijé en diens toenmalige
assistent Jean Giraud, later verantwoordelijk
voor de reeks Blueberry.
De Bron is een album uit de eerste jaren dat
Studio Vandersteen voor de Duitse markt
wekelijks een Bessy moest produceren. Het pulpkarakter
wordt versterkt door het feit dat hier meerdere tekenaars
door elkaar hebben gewerkt. Op pagina 13 en 14 zijn onder
meer de gezichten van Papago-opperhoofd Broken Nose en
van karavaandeelnemer Old Greasy, wiens haar opeens een
razendsnelle groeispurt ondergaan heeft, duidelijk anders
ten opzichte van de voorgaande pagina's. Pagina 15 en
16 lijken weer door de eerste tekenaar gemaakt. Op pagina
17 en 19 is de tekenaar van 13 en 14 weer bezig geweest
en op pagina 18 lijkt opeens een derde persoon meegetekend
te hebben. Vanaf pagina 20 heeft de eerste tekenaar het
heft weer in handen genomen. Wie dit waren, weet ik niet,
in elk geval niet Karel Verschuere, Frank
Sels, Karel Biddeloo of Jeff
Broeckx (omdat de stijl te zeer afwijkt) en evenmin
Eric de Rop (hij tekende alleen Bessy 92:
De Hertenjagers).(4)
Het album De Bron gaat over een karavaan die
door het woestijnachtige zuiden van Arizona trekt. Onderweg
worden de pioniers aangevallen door Papago-indianen onder
leiding van hun sachem Broken Nose. De Papago's zijn omgekocht
of misleid door een blanke boevenbende, onder leiding
van Lee Katzin. Nadat hij in de handen van Andy Cayoon,
Edelhert en de pioniers is gevallen, wisselt Broken Nose
zonder veel omhaal van kamp. Door misleiding slaagt het
drietal erin om de bandieten bij de bron van Pinto Martinez
tot overgave te dwingen. De bende bewaakte de bron om
te voorkomen dat de kolonisten en hun paarden hier hun
dorst zouden komen lessen en water zouden inslaan.
De naam Broken Nose is ontleend aan Blueberry, die door
de diverse indianenstammen Gebroken Neus werd genoemd.
De figuur Broken Nose en een van de Papago-krijgers zijn
gebaseerd op Yaqui-hoofdman Kleine Coyote uit De Weg
naar Coronado en op Eenzame Adelaar uit het gelijknamige
Blueberry-album. Alle vier dragen ze een lange,
blauwe cavaleriejas. De naam van bendeleider Lee Katzin
is een hommage aan de Amerikaanse regisseur Lee
H. Katzin. In de jaren 1960, aan het begin van
zijn carrière, regisseerde hij diverse afleveringen
van de westernseries Branded, The Wild Wild
West en Hondo en bovendien nog de tv-film
Hondo and the Apaches en de bioscoopwestern Heaven
with a Gun.(5)

Links De Bron, pagina 8, prent 2, en rechts het
origineel De Weg naar Coronado, pagina 32, prent
4. De indiaan in het prentje rechts met de gele hoofddoek
en de blauwe cavaleriejas is Kleine Coyote. Verder commentaar
overbodig.

Hier zijn de overeenkomsten in beide prenten de krijgers
links en de rots rechts.

De Bron, pagina 8, prent 4, en De Weg naar
Coronado, pagina 32, prent 5. Let op de drie linkse
indianen. In De Bron (links, pagina 13, prent
3) worden de Papago's verrast door een tegenaanval vanuit
de karavaan. In het origineel, De Weg naar Coronado,
bereiden de Yaqui's zich voor op een overval op een boerderij
(pagina 27, prent 1).

Links steekt Broken Nose zijn handen omhoog in De
Bron, pagina 24, prent 2. Rechts deed Kleine Coyote
hem dat al voor, in De Weg naar Coronado, pagina
32, prent 6.
Verder heb ik in mijn eerste artikel (6)
een voorbeeld van Blueberry-plagiaat in De
Bron over het hoofd gezien. Links Andy, Edelhert
en karavaanleider Glen Killian in De Bron, pagina
12, prent 2. Rechts het origineel, Blueberry 3: De
Eenzame Adelaar, pagina 32, prent 1. Edelhert in
de Blueberry-houding en Killian is wat het gezicht en
schaduw betreft het evenbeeld van de man rechts. Deze
prent werd ook door Karel Verschuere in Bessy 73:
De Muiters gebruikt.
Noten:
(1) http://bessy.ophetwww.net/dui/r1/196-210.php
en http://www.bessy-comic.de/index.php?article_id=21
(2) http://stripspeciaalzaak.be/Weetje-vd-Week/Weetje-vd-Week-176-200.htm#Weetje183
(3) http://www.catawiki.nl/catalogus/strips/series-helden/jerry-spring/23512-de-weg-naar-coronado
(4) Ronald
Grossey — Studio Vandersteen. Kroniek van een
Legende 1947-1990, Roeselare, 2007, pagina 222. Het
werk van de overige tekenaars van Studio Vandersteen ken
ik te slecht om dit te kunnen beoordelen, mede omdat hun
naam niet bij de albums werd vermeld.
(5) http://www.imdb.com/name/nm0441914/?ref_=fn_al_nm_1
(6) Zie
noot 2. |
|
|