| |
 |
 |
Klik
verder naar alle eerdere updates, van Weetje 226 tot
250:
• 249
Onvoltooid project (26): Suske en Wiske: De Sonometer
• 230
De duizend platen van Brammetje Bram
• 226
Kopieerdrift Bessy trof ook Jerry Spring |
|
|
 |
|
Onvoltooid
project (26): Suske en Wiske:
De Sonometer |
|
 |
 |
Nadat
Willy Vandersteen in 1959 Het Gouden
Paard had afgerond, was het de bedoeling dat er een
nieuw verhaal van Suske en Wiske in het weekblad
Kuifje zou komen. De Sonometer zou het
negende avontuur van Suske en Wiske in Kuifje
worden, maar het bleef onafgewerkt. Er zijn slechts drie
uitgewerkte halve platen van bekend (een ervan is in het
bezit van Merho) en van een andere halve
plaat bestaat een half uitgewerkte versie. Je kan ze onder
dit artikel alle vier bekijken. Klik erop voor een grotere
weergave. De toegevoegde hoofdingen dateren van 2016 voor
een gelegenheidsuitgave van een groepje Vandersteen-fans
die zich de Vandersteen-Vrienden noemen. Sebastiaan
Krijnen verzorgde het tekenwerk van de hoofding
en de cover (zie hierboven) van deze speciale uitgave.
Het boekje was enkel bedoeld voor aanwezigen van de zogenoemde
Vandersteen-diners en verscheen in een oplage van amper
34 exemplaren.
Vandersteen stopte zijn medewerking aan Kuifje
en daar waren enkele redenen voor. Tijdens de productie
van Het Gouden Paard verliet medewerker Karel
Boumans (die het verhaal grotendeels in inkt
had gezet) Willy Vandersteen. De rest van het verhaal
werd in inkt gezet door Eduard De Rop.
Vandersteen verkoos zijn studio verder uit te bouwen en
datzelfde jaar werd Studio Vandersteen
een officieel feit. Op 5 november 1959 startte de studioreeks
De Rode Ridder naar de jeugdboekenreeks van Leopold
Vermeiren waarvoor ook Eduard De Rop werd ingezet.
Na Suske en Wiske is De Rode Ridder
de langstlopende stripreeks van Vandersteen. Een klein
jaar later, vanaf 18 augustus 1960, volgde de spin-off
van Jerom als voorpublicatie in Ons Volkske.
In dat eerste verhaal zonder Suske, Wiske en Lambik, Het
Geheim van Brokkelsteen, werd melding gemaakt dat
de drie andere personages naar Japan vertrokken. Er werd
dus rekening gehouden met het verhaal van De Sonometer.
Ook nog in de jaren 1960 kwamen Karl May en
Biggles erbij en dat waren lang niet de enige reeksen
die Studio Vandersteen in de loop van de decennia maakten.
De ene serie verscheen langer dan de andere zolang Willy
Vandersteen zijn studiomedewerkers werk kon geven. Desnoods
betaalde hij uit eigen zak hun loon bij reeksen die verlieslatend
werden voor hij ze uiteindelijk stopzette.
Een andere reden voor het verdwijnen van Suske en
Wiske uit Kuifje was een dispuut tussen
uitgeverij Le Lombard (de uitgever van
het weekblad Kuifje en van de Franse edities
van de blauwe reeks) en Standaard-Boekhandel,
de vroegere Standaard Uitgeverij. Le
Lombard wilde ook de Nederlandstalige albums van de blauwe
reeks uitgeven terwijl Standaard-Boekhandel de rechten
op de albums wilde behouden. Door dit dispuut verschenen
De Groene Splinter en Het Gouden Paard
niet in de Franstalige blauwe reeks. Bij de Vlaamse uitgeverij
kwam bovendien een nieuwe uitgever aan de top die Vandersteen
aanraadde de medewerking met Kuifje te stoppen.
Behalve Suske en Wiske verdween ook 't Prinske
uit Kuifje. Een verdere toegang naar de veel
grotere Franse markt werd gesloten.
Het enthousiasme om twee reeksen van Suske en Wiske
te maken, de ene voor de krant, de andere voor het weekblad,
was trouwens ook al aardig geluwd. Vandersteen liet het
uitwerken van Het Gouden Paard al grotendeels
over aan zijn medewerkers, ook voor De Sonometer
zou dat het geval geweest zijn. Het verhaal zou zich in
Japan in het toenmalige heden afgespeeld hebben met geluidsoverlast
als een thema. De uitvinding van een zekere professor
Tellenbol zou de inzet moeten worden voor een spannend
verhaal. Dat verhaal zullen we nooit te lezen krijgen
tenzij de huidige makers in een vlaag van nostalgie of
de uitgeverij bij wijze van stunt alsnog over een verdere
uitwerking beslist.
(Met dank aan Tom Metdepenningen)
|
De
duizend platen van Brammetje Bram |
|
 |
Met
alle integrales die de laatste jaren verschijnen, mijmeren
we op de redactie ook wel eens over reeksen die een complete,
gebundelde heruitgave zouden verdienen. Het succes van
nogal wat piratenreeksen indachtig noemde medewerker Wouter
Adriaensen de komische piratenreeks Brammetje
Bram van de in Borgerhout geboren Eddy Ryssack
(1928-2004). Maar een potentiële uitgever
moet weten waar hij aan begint. Van de zowat duizend platen
die Ryssack van zijn langst lopende reeks tekende, is
er maar een fractie vertaald en in album verschenen. Wouter
zocht alle publicaties voor je uit en kwam tot onderstaand
overzicht.
Eddy Ryssack werkt vanaf 1953 als tekenaar en animator
voor onder meer het tijdschrift Humo, TVA
Dupuis (de filmstudio van de gelijknamige uitgeverij)
en het stripblad Robbedoes. Na bijna tien jaar
verlaat hij TVA in 1968 en besluit hij zelfstandig stripauteur
te worden. In 1970 gaan in het Nederlandse stripblad Sjors
de avonturen van scheepsmaatje Brammetje Bram van start.
De rest van de bemanning van het piratenschip De Zeemadelief
bestaat uit Kapitein Knevel de Killer, bijgenaamd 'de
schrik der zeven zeeën', de kat Knarf, de Chinese
kok So-Wi-So, de rumverslaafde scheepsdokter Salver Quak
en de forse Viking Driek.
Weinig geweten is dat Ryssack de eerste twee jaar tekent
naar scenario's van de Nederlandse schrijver Frans
Buissink. De tekst voor De Gevangenen van
het Duivelseiland werd geschreven door Jacques
Bakker. Voor de latere kortverhalen in Sjors
werkte hij naar verluidt samen met Piet Hein Broenland,
bekend van Bercks Lowietje,
en Michel Noirret, met wie hij in 1976
nog Schmaks maakt voor het weekblad Kuifje.
De veertien verhalen die tussen april 1970 en augustus
1975 voorgepubliceerd werden in Sjors telden
meestal 44 platen. In het Nederlands verscheen slechts
één ervan in 1973 in albumvorm bij Oberon,
ook de uitgeverij van het blad: De Schat van de Noer-Akhs.
Een ander verhaal uit deze periode, De Levende Mummie,
werd in 1984 door Danny Dewilde van de
Gentse stripspeciaalzaak De 9e Kunst
in hardcover uitgebracht op amper 46 exemplaren, waarvan
veertig met een originele plaat.
 |
|
| VERHALEN
IN SJORS (NL)
bold
= in album verschenen |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Knevel
de Killer |
1970
nr. 17 |
1970
nr. 38 |
De
Schat van de Noer-Akhs |
verschenen
als album |
De
Zonnekoning van de Mato Grosso |
1971
nr. 21 |
1971
nr. 42 |
De
Levende Mummie |
verschenen
als album |
De
Listen van Linke Loe |
1972
nr. 18 |
1972
nr. 39 |
De
Schrik van Torantijn |
1972
nr. 43 |
1973
nr. 12 |
De
Jacht op het Pauwe-ei |
1973
nr. 18 |
1973
nr. 39 |
De
Gevangenen van het Duivelseiland |
1973
nr. 41 |
1974
nr. 10 |
Jonker
Ahoi |
1974
nr. 19 |
1974
nr. 40 |
Brammetje
op de Brug |
1974
nr. 45 |
1974
nr. 46 |
Zie
Ginds Komt de Zeilschuit |
1974
nr. 49 |
|
De
Erfenis van Knevel |
1975
nr. 11 |
1975
nr. 14 |
Opgeruimd
Staat Netjes |
1975
nr. 23 |
1975
nr. 25 |
Knevel
als Landrot |
1975
nr. 26 |
1975
nr. 33 |
Wanneer Sjors door dalende oplages in 1975 samen
met Pep het nieuwe Eppo vormt, verhuist
Brammetje Bram definitief naar Duitsland waar
hij als Pittje Pit de zeven wereldzeeën
bevaart. Uitgeverij Koralle Verlag voert
hem veelvuldig op in Zack Parade, verzamelalbums
met complete avonturen van de helden uit stripblad Zack.
Op vier jaar tijd verschijnen er vijfentwintig verhalen
met een lengte van zestien platen tot een volledig album.
Begin 1977 staan er bovendien twee avonturen van Pittje
Pit in het reguliere tijdschrift. Opvallend aan de
Duitse verhalen is wel dat de achtergronden in het algemeen
minder uitgewerkt zijn. Door de elasticiteit en expressiviteit
van de personages wordt dat gelukkig ruimschoots gecompenseerd.
| VERHALEN
IN ZACK PARADE (D) |
START
PUBLICATIE |
Als
Hackepeter Baden Ging |
Zack
Parade 6 |
| Frühjahrsputz
bei den Piraten |
Zack
Parade 8 |
| Wenn
Piraten pokern |
Zack
Parade 9 |
| Immer
diese Landratten |
Zack
Parade 10 |
| Hackepeters
Fette Erbschaft |
Zack
Parade 11 |
| Der
Giftzwerg des Gouveneurs |
Zack
Parade 12 |
| Der
Fliegende Holländer |
Zack
Parade 13 |
| Die
Lebende Mumie |
Zack
Parade 15 |
| Arger
à la Carte |
Zack
Parade 18 |
| Buddhas
Ohr |
Zack
Parade 19 |
| Käpt’n
ohne Schiff |
Zack
Parade 21 |
| Hackepeter
Lernt das Fürchten |
Zack
Parade 22 |
| Das
Helgoländer Monster |
Zack
Parade 23 |
| Waldo,
der Piratenschreck |
Zack
Parade 24 |
| Kanonen,
Knast & Kameraden |
Zack
Parade 25 |
| Ein
Satansbraten |
Zack
Parade 26 |
| Doc
Gallensteins Elixier |
Zack
Parade 27 |
| Katzenjammer
und Kanonen |
Zack
Parade 28 |
| Der
Kinderschreck |
Zack
Parade 30 |
| Wie
die Jeans Erfunden Wurde |
Zack
Parade 31 |
| Kurs
auf Jamaica |
Zack
Parade 32 |
| Das
Holz des Alten Iren |
Zack
Parade 33 |
| Piraten
under Sich |
Zack
Parade 35 |
| Alles
in Butter auf dem Kutter |
Zack
Parade 36 |
|
So'ne und Solche Piraten |
Zack
Parade 39 |
| VERHALEN
IN ZACK (D) |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Bürokraten
und Piraten |
1977
nr. 6 |
1977
nr. 7 |
Freibeuter
e.V. |
1977
nr. 12 |
|
In 1979 acht Koralle de tijd rijp om Europa te veroveren.
Er verschijnen vertalingen van Zack in Frankrijk
(Super As, SuperJ) en België en
Nederland (Wham!). Ryssack krijgt de rol van
artistiek directeur bij Wham! toebedeeld. Via
een omweg verschijnen de avonturen van Brammetje Bram
opnieuw in het Nederlands. De eerste twee lange verhalen,
Brammetje Bram en de Beieren en De Steen
der Wijzen, verschijnen datzelfde jaar nog in albumvorm
bij de speciaal daarvoor opgerichte uitgeverij Harko
Magazines. Daarna levert Ryssack vooral kortverhalen
van zes, zeven, acht of soms vijftien platen. Voor enkele
verhalen, waaronder De Beieren, werkt Ryssack
samen met Jacques Van Melkebeke, een
persoonlijke vriend van Hergé
die na de Tweede Wereldoorlog vaak het pseudoniem Jacques
Alexander gebruikt. Voor De Draken van de
Aartshertog levert gewezen Robbedoes-hoofdredacteur
Yvan Delporte het scenario.
 |
|
| VERHALEN
IN WHAM! (NL)
bold
= in album verschenen |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
De
Beieren (=
Wham! Album 4) |
1979
nr. 1 |
1979
nr. 9 |
| De
Steen der Wijzen (=
Wham!
Album 10) |
1979
nr. 10 |
1979
nr. 18 |
| Holiday
on Ice |
1979
nr. 25 |
1979
nr. 26 |
| De
Draken van de Aartshertog |
1979
nr. 35 |
|
| De
Kater van Kapitein Knevel |
1979
nr. 37 |
|
| De
Verschrikkelijke Bende |
1979
nr. 41 |
|
| Een
Onverwachte Gast |
1979
nr. 42 |
|
| Kapitein
zonder Schip |
1980
nr. 8 |
1980
nr. 9 |
| Een
Bram in de soep |
1980
nr. 11 |
|
| Een
Zee van Verveling |
1980
nr. 17 |
|
| Een
Muizeval voor Piraten |
1980
nr. 19 |
|
| Het
Verraad van Brammetje Bram |
1980
nr. 24 |
|
In
Frankrijk verschijnen de avonturen van Brammetje
Bram een eerste keer bij Albin Michel,
waar in de reeks Brieuc Briand in 1976
het album Pépé la Triche
uitkomt. Wanneer Super As op de markt verschijnt,
wordt de serie opnieuw gelanceerd onder de naam
Colin Colas. Het gaat grotendeels om vertalingen
van de verhalen die ook in Wham! verschijnen,
maar er zijn ook twee lange en vier korte verhalen
die enkel voorgepubliceerd werden in Super As.
De lange avonturen, L'Île aux Trésors
(Het Schatteneiland) en Le Monstre
de Drumnadrochit (Het Monster van Drumnadrochit)
worden in het Nederlands in albumvorm uitgebracht.
Voor dat laatste verhaal zet Ryssack de samenwerking
met Delporte verder. Aangevuld met De Beieren
(Les Montagnards Sont Là!) en De
Steen der Wijzen (L'Appel des Tam-tams)
brengt Fleurus de vier Nederlandse
albums ook in het Frans uit. |
|
 |
|
 |
|
 |
|
| VERHALEN
IN SUPER AS (FR)
bold = in album verschenen (NL+FR) |
START
PUBLICATIE |
EIND
PUBLICATIE |
Les
Montagnards Sont Là! |
1979
nr. 1 |
1979
nr. 8 |
| L'Appel
des Tam-tams |
1979
nr. 10 |
1979
nr. 18 |
| Biscuits
Secs et Copies Conformes* |
1979
nr. 19 |
1979
nr. 22 |
| La
Lettre de Marque* |
1979
nr. 23 |
1979
nr. 24 |
| Holiday
on Ice |
1979
nr. 25 |
1979
nr. 26 |
| L'Île
aux Trésors (= Wham! Album 25) |
1979
nr. 27 |
1979
nr. 33 |
| Les
Dragons de l'Archiduc |
1979
nr. 35 |
|
| Silence
sur la Mer! |
1979
nr. 37 |
|
| Une
Toile dans le Vent* |
1979
nr. 39 |
|
| La
Bande Terrifiante |
1979
nr. 41 |
|
| Une
Mémé de Haute Mer |
1979
nr. 42 |
|
| Le
Monstre de Drumnadrochit |
1979
nr. 45 |
1979
nr. 51 |
| On
A Volé la 'Poule d'Eau' |
1980
nr. 54 |
1980
nr. 55 |
| Pour
une Soupe à l'Oignon |
1980
nr. 57 |
|
| Un
Océan d'Ennui |
1980
nr. 63 |
|
| Souricière
à Pirates |
1980
nr. 65 |
|
| La
Trahison de Colin Colas |
1980
nr. 70 |
|
| Le
Péril Jaune* |
1980
nr. 74 |
|
| *
Verscheen enkel in het Frans |
Midden 1980 is het verhaal van Zack alweer uit.
In 1981 en 1983 verschijnen nog twee albums van Brammetje
Bram, De Keizer van Saragasso en Tornado
over Jamaica, in het Nederlands bij Novedi
en de Franse vertalingen L'Empereur des Sargasses
en Razzia sur la Jamaïque bij Hachette.
Voor De Keizer van Saragasso kan Ryssack nog
eens rekenen op een verhaal van Yvan Delporte. Nadat zijn
geestelijke vader naar eigen zeggen meer dan duizend platen
van Brammetje Bram tekende, focust Ryssack zich
op reclame-illustraties.
 |
In
2001 brengt de West-Vlaamse uitgeverij van luxe-albums
Silhouet Piraterij &
Co uit, een hardcoverbundeling van drie onvertaalde
verhalen uit de periode van Wham! en
Super As plus voorbereidende schetsen.
Er verschenen driehonderd genummerde en gesigneerde
exemplaren en dertig buiten handel (BH) met een
originele plaat. |
Zo'n vijfentwintig jaar na het laatste album besluit Epsilon
Verlag, de Duitse uitgeverij van werk van onder
meer de Braziliaanse auteur Léo
en de Nederlandse tekenaar Henk Kuijpers,
alle avonturen van Pittje Pit chronologisch in
albumvorm uit te geven. Voorlopig zijn enkel de eerste
vier strips effectief gedrukt.
| ALBUMREEKS
EPSILON
bold = in het Nederlands als album verschenen |
KORTVERHALEN |
| 1.
Hackepeter, der Schrecken der 7 Meere |
|
| 2.
Der Schatz der Grünen Monster |
|
| 3.
Der König der Dschungels |
|
| 4.
Die Lebende Mumie |
|
| 5.
Waldo, der Piratenschreck |
|
| 6.
Das Helgoländer Monster |
|
| 7.
Keilerei um's Pfauenei |
|
| 8.
Die Gefangenen der Teufelsinsel |
|
| 9.
Der Kinderschreck |
|
| 10.
Als Hackepeter Baden Ging |
-
Das Boot vom Weihnachtsmann
- Hackepeters Fette Erbschaft
- Frühjahrsputz bei den Piraten
- Wenn Piraten Pokern |
| 11.
Der Fliegende Holländer |
-
Immer diese Landratten
- Der Giftzwerg des Gouverneurs
- Der Fliegende Holländer
- Ärger à la Carte |
| 12.
Bürokraten und Piraten |
-
Buddhas Ohr
- Käpt'n ohne Schiff
- Hackepeter Lernt das Fürchten
- Bürokraten und Piraten |
| 13.
Die Schatzinsel |
|
| 14.
Freibeuter e.V. |
-
Freibeuter e.V.
- Doc Gallensteins Elixier
- Holiday on Ice
- Katzenjammer und Kanonen
- Wie die Jeans Erfunden Wurde |
| 15.
Die Bayern |
|
| 16.
Das Holz des Alten Iren |
|
| 17.
Der Stein der Weisen |
|
| 18.
Der Schrecken von Schottland |
|
| 19.
Die Drachen der Piraten |
-
Die Drachen des Erzherzogs
- Die Schreckensbande
- Der Ozean der Langeweile
- Piraten in der Mausefalle
- Rettung in Letzter Sekunde
- Die Gelbe Gefahr
- So'ne und Solche Piraten |
| 20.
Der Kaiser von Sargasso |
|
| 21.
Raubzug über Jamaika |
|
|
Kopieerdrift
Bessy trof ook Jerry Spring |
|
 |
In
eerdere artikels maakte Leo Kupers vergelijkingen
tussen Bessy met andere westernstrips waaruit
de tekenaars van Bessy gretig pikten om prenten
na te tekenen of inspiratie uit te halen. Hieronder deelt
Kupers zijn nieuwste vondsten met ons.
Bessy-album De Bron, nummer 88 in de
Nederlandstalige reeks, verscheen in 1971. Het exemplaar
voor de Duitse markt — deel 196, Überfall
am Berg der Götter — verscheen reeds een
jaar daarvóór.(1)
Eerder beschreef ik in deze rubriek plagiaat in diverse
Bessy-albums met gebruikmaking van prentjes uit
Blueberry-albums.(2)
Ook De Bron komt daarin aan de orde. In dat artikel
voerde ik twee prentjes op die gebaseerd zijn op het Blueberry-album
De Eenzame Adelaar. Er blijkt echter ook gebruikgemaakt
te zijn van een album uit de reeks Jerry Spring,
te weten deel 11, De Weg naar Coronado, voor
het eerst uitgegeven in 1962.(3)
Tekenaars zijn Jijé en diens toenmalige
assistent Jean Giraud, later verantwoordelijk
voor de reeks Blueberry.
De Bron is een album uit de eerste jaren dat
Studio Vandersteen voor de Duitse markt
wekelijks een Bessy moest produceren. Het pulpkarakter
wordt versterkt door het feit dat hier meerdere tekenaars
door elkaar hebben gewerkt. Op pagina 13 en 14 zijn onder
meer de gezichten van Papago-opperhoofd Broken Nose en
van karavaandeelnemer Old Greasy, wiens haar opeens een
razendsnelle groeispurt ondergaan heeft, duidelijk anders
ten opzichte van de voorgaande pagina's. Pagina 15 en
16 lijken weer door de eerste tekenaar gemaakt. Op pagina
17 en 19 is de tekenaar van 13 en 14 weer bezig geweest
en op pagina 18 lijkt opeens een derde persoon meegetekend
te hebben. Vanaf pagina 20 heeft de eerste tekenaar het
heft weer in handen genomen. Wie dit waren, weet ik niet,
in elk geval niet Karel Verschuere, Frank
Sels, Karel Biddeloo of Jeff
Broeckx (omdat de stijl te zeer afwijkt) en evenmin
Eric de Rop (hij tekende alleen Bessy 92:
De Hertenjagers).(4)
Het album De Bron gaat over een karavaan die
door het woestijnachtige zuiden van Arizona trekt. Onderweg
worden de pioniers aangevallen door Papago-indianen onder
leiding van hun sachem Broken Nose. De Papago's zijn omgekocht
of misleid door een blanke boevenbende, onder leiding
van Lee Katzin. Nadat hij in de handen van Andy Cayoon,
Edelhert en de pioniers is gevallen, wisselt Broken Nose
zonder veel omhaal van kamp. Door misleiding slaagt het
drietal erin om de bandieten bij de bron van Pinto Martinez
tot overgave te dwingen. De bende bewaakte de bron om
te voorkomen dat de kolonisten en hun paarden hier hun
dorst zouden komen lessen en water zouden inslaan.
De naam Broken Nose is ontleend aan Blueberry, die door
de diverse indianenstammen Gebroken Neus werd genoemd.
De figuur Broken Nose en een van de Papago-krijgers zijn
gebaseerd op Yaqui-hoofdman Kleine Coyote uit De Weg
naar Coronado en op Eenzame Adelaar uit het gelijknamige
Blueberry-album. Alle vier dragen ze een lange,
blauwe cavaleriejas. De naam van bendeleider Lee Katzin
is een hommage aan de Amerikaanse regisseur Lee
H. Katzin. In de jaren 1960, aan het begin van
zijn carrière, regisseerde hij diverse afleveringen
van de westernseries Branded, The Wild Wild
West en Hondo en bovendien nog de tv-film
Hondo and the Apaches en de bioscoopwestern Heaven
with a Gun.(5)

Links De Bron, pagina 8, prent 2, en rechts het
origineel De Weg naar Coronado, pagina 32, prent
4. De indiaan in het prentje rechts met de gele hoofddoek
en de blauwe cavaleriejas is Kleine Coyote. Verder commentaar
overbodig.

Hier zijn de overeenkomsten in beide prenten de krijgers
links en de rots rechts.

De Bron, pagina 8, prent 4, en De Weg naar
Coronado, pagina 32, prent 5. Let op de drie linkse
indianen. In De Bron (links, pagina 13, prent
3) worden de Papago's verrast door een tegenaanval vanuit
de karavaan. In het origineel, De Weg naar Coronado,
bereiden de Yaqui's zich voor op een overval op een boerderij
(pagina 27, prent 1).

Links steekt Broken Nose zijn handen omhoog in De
Bron, pagina 24, prent 2. Rechts deed Kleine Coyote
hem dat al voor, in De Weg naar Coronado, pagina
32, prent 6.
Verder heb ik in mijn eerste artikel (6)
een voorbeeld van Blueberry-plagiaat in De
Bron over het hoofd gezien. Links Andy, Edelhert
en karavaanleider Glen Killian in De Bron, pagina
12, prent 2. Rechts het origineel, Blueberry 3: De
Eenzame Adelaar, pagina 32, prent 1. Edelhert in
de Blueberry-houding en Killian is wat het gezicht en
schaduw betreft het evenbeeld van de man rechts. Deze
prent werd ook door Karel Verschuere in Bessy 73:
De Muiters gebruikt.
Noten:
(1) http://bessy.ophetwww.net/dui/r1/196-210.php
en http://www.bessy-comic.de/index.php?article_id=21
(2) http://stripspeciaalzaak.be/Weetje-vd-Week/Weetje-vd-Week-176-200.htm#Weetje183
(3) http://www.catawiki.nl/catalogus/strips/series-helden/jerry-spring/23512-de-weg-naar-coronado
(4) Ronald
Grossey — Studio Vandersteen. Kroniek van een
Legende 1947-1990, Roeselare, 2007, pagina 222. Het
werk van de overige tekenaars van Studio Vandersteen ken
ik te slecht om dit te kunnen beoordelen, mede omdat hun
naam niet bij de albums werd vermeld.
(5) http://www.imdb.com/name/nm0441914/?ref_=fn_al_nm_1
(6) Zie
noot 2. |
|
|