EEN ZWERFTOCHT DOOR DE 19de EEUW - DE ALBUMREEKS

Twee zwervers met een gouden hart, die vrijheid boven alles waarderen en altijd klaar staan om anderen te helpen. Ze gaan door het vuur voor het weesjongetje Joeki, hun beschermeling en oogappel, en een kleine veertig albums worden ze achtervolgd door een hardnekkige politieofficier, die hen achter de tralies wil brengen. Dat is in een notendop Robert en Bertrand, een stripreeks van Willy Vandersteen die ondanks het geweld en de vele doden voor alle leeftijden bedoeld was. De introductie van Joeki zorgt daar in hoofdzaak voor. Begonnen als een reeks rondom twee zwervers, waarin vooral misdaad, maar ook sociale problematiek een hoofdrol speelde, gelardeerd met de nodige humor, verdwijnt in de loop van de reeks het komische aspect. In diverse van de eerste veertig delen is soms nog sprake van absurde humor, die meer in een karikaturale dan een realistische stripreeks past.

Fragment uit deel 17, Avontuur in Moldavië.

Fragment uit deel 22, Spoken in het Zwin.

Na deel 50 is de humor bijna compleet afwezig. Een andere tendens is een toenemende toepassing van sciencefictionelementen. De delen 1-2, 49-50, 53-54, 59-60 en 61-62 vormen tweeluiken. De laatste vier genoemde albums tellen een thematisch dossier van twee pagina's. Naarmate de reeks vordert, zijn er ook steeds minder specifieke afbeeldingen van bekende gebouwen in diverse steden te zien.

Hoewel het vermaak langzamerhand uit de albums verdwijnt, zijn de meeste toch nog een klasse beter dan de laatste tweeëndertig delen toen scenarist Marck Meul (de delen 72 en 74 zijn van de hand van scenarist Jacques Bakker alias Yaack) en tekenaar Ron Van Riet de reeks onder hun hoede hadden. Medio 1975, toen er nog maar twaalf delen bestonden, was Jan Smet van mening dat "Robert en Bertrand een hoogtepunt in de geschiedenis van het Vlaamse beeldverhaal (en uiteraard ook in de stripgeschiedenis in het algemeen) daarstelt".(1) Danny De Laet beoordeelt Robert en Bertrand als "een van de meesterlijke reeksen van de grote Vandersteen". Hij kraakt de delen na deel 65 genadeloos af: "Na 65 verhalen hield Vandersteen er mee op, leeggeschreven en moegekeken op zijn mooie helden, en gaf hij de fakkel door aan twee pippo’s die de strip verpauperden tot een onleesbaar onding waarvoor ze ten eeuwige tijden moeten worden geschandpaald."(2) Vandersteen schreef echter nog het scenario van deel 66, waarvoor hij ook nog de schetsen maakte.(3)

De verhalen spelen zich overduidelijk af in een chronologische volgorde. Echter de tijd waarin verspringt nogal. Was er in de eerste tien delen nog sprake van een tijdsbepaling in de jaren 1890 tot begin 1900, dan is er in deel 11 sprake van een situering medio jaren 1860. Vanaf dat deel spelen de albums verspreid over de tweede helft van de negentiende eeuw, enkele uitzonderingen daargelaten. Zo speelt deel 14 zich ergens in de jaren 1840 af, deel 15 in 1907, deel 26 rond 1910, deel 27 rond 1820 en deel 29 zelfs in de jaren 1801-1802. Sommige albums lijken in meerdere periodes te spelen, in elk geval de delen 4, 7, 13, 23, 27, 30, 31, 32, 33, 36, 47 en 63. Bij de tijdsbepaling kun je bepaalde uitgangspunten nemen. Hierbij heb ik overduidelijke anachronismen genegeerd, zoals auto's en vuurwapens als de meest in het oog springende, omdat het anders sowieso een onmogelijke opgave zou worden.

Op hun zwerftochten belanden Robert en Bertrand bijna overal in België, geregeld in Antwerpen of de directe omgeving. De grote steden zijn echt, de dorpen veelal — maar niet altijd — verzonnen. Ook raken de vagebonden verzeild in het buitenland (Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Ottomaanse Rijk, Colombia, Egypte) en in de fictieve landen Bosnarije, Frovania en Moldavië met hoofdstad Narvok — de hoofdstad van het echte Moldavië is Chisinau. Tot slot nog op het fictieve Colombiaanse eiland Isla del Canas. Dat bestaat niet, maar Panama, dat tot in 1903 tot Colombia behoorde, kent wel Isla Canas, een van de Pareleilanden in de Golf van Panama in de Grote Oceaan.(4) Hoogstwaarschijnlijk heeft Vandersteen dat als uitgangspunt genomen. Verder komen er nog in België opererende geheim agenten in voor van de fictieve Oost-Europese staat Fosboria (deel 28).

Over de reeks zijn een aantal tendenzen te bespeuren. Fabrieksdirecteuren/-eigenaren zijn bijvoorbeeld vaak de boosdoeners, zeker als ze donker haar en/of een snor hebben.


Boven: Fragment uit deel 12, Zwarte Mie de Orgeldraaister.
Rechts: Fragment uit deel 66, De Vleermuis.

Nummer 17, vermomd als bezembinder Emile. Fragment uit deel 14, De Spookhond.

Ook Duitsers en Duitstaligen zijn haast standaard de slechteriken (delen 9, 13, 20, 28, 35, 44, 61, 63) met als toppunt misschien wel de Hitlergroet avant la lettre in deel 13, pagina 23. De tendens is steeds pro-Frans, de aloude Belgische bondgenoot (delen 13, 16, 35). Dit is opmerkelijk te noemen, constateerde Beauregard op de site van de Brusselse stripspeciaalzaak Het B-Gevaar (nu Expo 59), want onder de schuilnaam Kaproen tekende Willy Vandersteen tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer anti-Franse en anti-Joodse spotprenten en stripjes.(5)

De meest voorkomende manier om in avonturen verzeild te raken voor de vagebonden is het verrichten van reddingen. Dit is meegenomen in de besprekingen van de afzonderlijke albums.

Een rode draad in veel albums is het vermommen. Met name Nummer 17 is hierin een ware meester en maakt er geregeld gebruik van, maar ook diverse schurken nemen hier hun toevlucht toe. Ook dit wordt nader belicht in de afzonderlijke albumbesprekingen. Verder raakt Nummer 17 steeds vaker ernstig gewond naarmate de reeks vordert.

Een belangrijk kenmerk van de Vandersteen-reeksen is dat bepaalde thematiek en/of figuren in meerdere reeksen gebruikt worden.

 

De poets aan het einde
Een traditionele poets met Nummer 17 als slachtoffer is in pakweg de eerste drieëndertig albums bijna altijd het geval. Meestal zijn Robert en Bertrand de grappenmakers, soms echter mensen die zij uit de penarie hadden gehaald en die hen hiermee op hun beurt uit de brand helpen (lees: aan een arrestatie laten ontsnappen) en soms veroorzaakte Nummer 17 per abuis zelf de grap.

Fragment uit deel 8, De Weerwolf.

Bij het vorderen van de reeks laat Nummer 17 de vagebonden steeds vaker gewoon gaan, na wederom een geslaagde samenwerking bij het aanpakken van de misdaad. Van een jacht is vaak helemaal geen sprake meer. Vanaf deel 34 komen er nog maar sporadisch poetsen voor aan het einde. Alleen nog in de delen 46, als de poets steeds meer op een spel gaat lijken, 50 (minipoets), 51 (minipoets) en 52. In deel 56 neemt Nummer 17 voor de verandering Robert, maar vooral Bertrand, in het ootje en ook in deel 65 zijn de beide landlopers min of meer de klos.

 

NOTEN

  1. Robert en Bertrand (Jan Smet, CISO Stripgids nummer 6, 1975, pagina 18)
  2. De terugkeer van Robert en Bertrand (Danny de Laet, Brabant Strip Magazine nummer 192, 2012, pagina 77)
  3. Studio Vandersteen. Kroniek van een legende 1947-1990 (Ronald Grossey, Roularta Books, 2007, pagina 367)
  4. https://nl.wikipedia.org/wiki/Pareleilanden
  5. Brabant Strip Magazine nummer 59 (1998, pagina 16-17 & 26-27)
    Hierin: De politieke achtergronden van collaborerende tekenaars (Jean Smits, pagina 8-19)
    De voorzichtige Vandersteen deel 5 (slot) (Patrick Vranken, pagina 24-27)
    http://suskeenwiske.ophetwww.net/nieuws/kaproen.php
 
  Leo Kupers © Stripspeciaalzaak.be, 2021