Nadat Hassan trouwt met de dochter van de kalief, Zobeide, komen
de twee kompanen door allerlei magische tussenkomsten in de meest
uiteenlopende oorden en tijdvakken terecht. Ze vliegen naar Egypte,
varen mee op een Spaans galjoen in de zeventiende eeuw en verijdelen
meer dan honderd jaar later een complot tegen Napoleon Bonaparte.
Hun avonturen (intussen op scenario van Yves Duval)
eindigen uiteindelijk in Engeland en Schotland, zeer naar de zin
van Laudy die een onverbeterlijke aficionado was van het land van
kilts en doedelzakken.
Dat laatste avontuur, in 1962, was ook zijn
zwanenzang als stripmaker, een beroep waarmee hij een haat-liefdeverhouding
had. Hij vond zichzelf eerder een illustrator en vond tekstballonnen
maar opvulsel. Daarnaast was hij diep teleurgesteld over wat de toenmalige
druktechnieken maakten van zijn harmonieus ingekleurde tekeningen.
Ook het stripwereldje zelf sloot hem niet echt in de armen. Zijn
werk is sfeervol en poëtisch, maar lijkt uit een andere (oudere)
tijd te komen. Het gebrek aan populariteit zorgde ervoor dat Hassan
en Kaddoer de enige klassieke helden van het weekblad zijn die uitgeverij Le Lombard nooit in album publiceerde. Ten onrechte,
want intussen worden ze net door die aparte en onnavolgbare stijl
van de grote kunstenaar Laudy, wel als klassieker erkend.
Latere albums namen liefhebbersuitgeverijen daarentegen op zich. In de jaren 1970 gaf het Vlaamse Brabantia Nostra twee albums uit in de collectie Ciso. Ook het Nederlandse Panda gaf een gelimiteerd album uit. In 1986 volgde nog een album bij Paul Rijperman, die wel vaker oudere stripreeksen uit Kuifje in album uitgaf. In de laatste tien jaar gaf 't Vlaams Stripcentrum nog eens drie verhalen uit in Collectie Fenix. |