En dan werd het pad van Corentin heel grillig. Ook Cuvelier had
(net als die andere kunstenaar Laudy) een haat-liefdeverhouding
met het beeldverhaal. Ondanks zijn populariteit bij de lezers en het respect
van zijn collega's had hij een manifest gebrek aan zelfvertrouwen.
Maar vooral: hij wilde tekenen en schilderen. Hij was een echte bohémien
die zich niet in een keurslijf liet dwingen.
Zowat om de tien jaar
volgde er nog een verhaal van Corentin, terug in een Oosterse
setting, met de hulp van onder meer Greg (De
Magische Dolk in 1958) en Jacques Acar (De
Vloek van de Cobra in 1967). Op het eind van de jaren 1960
leerde Cuvelier Jean Van Hamme kennen. Samen maakten
ze (na het erotische Epoxy, dat niet in Kuifje verscheen) nog twee verhalen: De Prins van de Woestijn en Het Rijk van het Zwarte Water.
Nadien keerde Cuvelier
de stripwereld definitief de rug toe. Een laatste scenario van Van
Hamme verscheen nog als tekstverhaal in een Kuifje Pocket (dat in 2016 alsnog werd verstript door Cuvelier-bewonderaar Christophe
Simon) en ook Jacques Martin bleef met
een ongebruikt scenario zitten dat hij uiteindelijk zal verwerken
tot het Alex-verhaal De Prooien van de Vulkaan.
De populariteit van Corentin bleef echter onaangeroerd en de eerste
vier verhalen werden integraal opnieuw gepubliceerd in het weekblad
op het eind van de jaren 1970 en het begin van de jaren 1980. Paul
Cuvelier maakte het nauwelijks mee. In 1978 was hij als jongste
van de vier musketiers de eerste die stierf. Hij werd amper 54
jaar.
De albums van Corentin raakten tot in de jaren 1990 herhaaldelijk uitgegeven en heruitgegeven. In 2010 gaf Le Lombard de complete stripreeks uit in twee mooie Franstalige integrales met dossier. Pas in 2019 volgde de vertaling van de eerste integrale. Dat Cuvelier en Corentin inmiddels tot het verleden behoren, bleek pijnlijk door de te geringe verkoop van de Nederlandstalige integrale waardoor deel 2 zelfs niet werd uitgebracht in het Nederlands. |