Kuifje-vignet Tandori
de leerling-fakir
gepresenteerd door Peter D'Herdt

  Tandori 9231

WEEKBLADGESCHIEDENIS
Eerste verschijning: 1992
Laatste verschijning: 1992
Tekenaar:
Curd Ridel
Scenarist: Scotch Arleston
 
In het begin van de jaren 1990 kwam de toen nog piepjonge en onbekende ex-journalist Scotch Arleston (Christophe Pelinq voor de burgerlijke stand) bij het weekblad Kuifje terecht. De eerste afleveringen van Léo Loden en De Cartografen zaten al in zijn portfolio en ook de waterwereld van Askell begon stilaan vorm te krijgen, maar voor het overige liet nog maar weinig vermoeden dat uit zijn koker later absolute topreeksen zoals Lanfeust van Troy en Ythaq zouden komen. Of toch? Het verhaal over de onhandige leerling-fakir Tandori dat hij voor zijn leeftijdsgenoot Curd Ridel (hij werd net als Arleston geboren in 1963) schreef, zat al boordevol met de knipogen en woordspelingen die zijn later werk zouden kenmerken.
Tandori beleefde zijn avonturen in de provincie Mallamur in het India van de negentiende eeuw waar het leven onder de maharadjah Pajzenvreh euh... peis en vree was. Het enige minpuntje aan de sympathieke monarch zou een running gag doorheen de verhalen vormen: een verschrikkelijke kookkunst gekoppeld aan de drang om bij elke gelegenheid mensen uit te nodigen naar zijn candle light suppers. Naast de potentiële voedselvergiftiging die daarmee gepaard kon gaan, introduceerde Arleston ook een echte gevaarlijke booswicht: de Engelsman Wilkinson die, bijgestaan door de Schotse sergeant McDoggybag, Mallamur liet bezetten omdat het op de lucratieve opiumroute richting China lag. Bij de goeien, naast Tandori: Shapata, een tijger die dacht dat hij een hond is, de fakir Wehtrallesvan, de uitvinder en schrijver Jule Vernes (geen typfout!) en zijn assistent-kapitein Van Speijk en de dochter van Wilkinson, Butterfly, die zoals haar naam al doet vermoeden, Tandori de nodige buikvlinders bezorgde.
Hoewel de reeks zeer verzorgd en in een frisse dikkeneuzenstijl getekend was, qua grappen en grollen bijwijlen deed denken aan Iznogoedh en zelfs Asterix en een aantal hardnekkige en trouwe fans kreeg (waaronder Ronald Grossey die in 1995 als hoofdredacteur van het Suske & Wiske weekblad het derde en laatste deel liet voorpubliceren), sloeg ze niet echt aan. Na drie delen was het dan ook over, mede door het plotse succes van Lanfeust van Troy waarvoor Arleston zich door de fantastische thematiek een iets meer aangebrand sfeertje kon permitteren en daardoor wel een moderner publiek kon aanspreken. Nadat hij naam en faam had gemaakt, probeerde Arleston wel nog om de reeks te herlanceren, maar ook de heruitgaven bleken geen succes.