Kuifje-vignet De Witte Ruiter
de ridder
gepresenteerd door Peter D'Herdt

  De Witte Ruiter 5832

WEEKBLADGESCHIEDENIS
Eerste verschijning: 1953
Laatste verschijning: 1987
Tekenaar:
Fred Funcken,
Liliane Funcken
Scenarist: Raymond Macherot, Fred Funcken, Liliane Funcken, Didier Convard

De Witte Ruiter 6307
 
Heel wat grote namen uit de stripgeschiedenis solliciteerden in het begin van de jaren 1950 met knikkende knieën en de tekenmap onder de arm bij het weekblad Kuifje dat toen een enorme aantrekkingskracht uitoefende. Voor Fred Funcken ging het anders. Na een korte pauze had hij in 1952 onder impuls van zijn kersverse echtgenote Liliane en met dank aan Jean-Michel Charlier zijn tekenpen terug opgenomen om historische Oom Wim-verhalen voor Robbedoes te tekenen. Het was Hergé zelf die zijn talent opmerkte en hem wegplukte bij de concurrentie om voor Kuifje zijn medewerking te verlenen aan gelijkaardige geschiedenislesjes in stripvorm. Zijn vrouw Liliane bleef nog even plakken bij Robbedoes, maar ook zij maakte op aandringen van Raymond Leblanc al snel de overstap om de tekeningen van Fred te inkten en in te kleuren. Een goede zet, want zo merkte een artistieke chef bij Le Lombard op: "hier begrijp ik niets van. Ik herken duidelijk de nerveuze hand van Fred, maar iets of iemand heeft de tekeningen netter gemaakt!"
In 1953 legde de jonge Raymond Macherot, die toen ook met de regelmaat van de klok een historisch kortverhaal in Kuifje publiceerde, een synopsis van een realistisch ridderverhaal voor aan Hergé. Hij en chef studio Evany vonden Macherot beter geschikt voor het humoristische werk (en gelijk hadden ze: nog geen jaar later zou Chlorophyl zijn eerste pasjes zetten) en zagen in Fred Funcken de ideale tekenaar om die riddergeschiedenis in beelden om te zetten. De Funckens hapten toe. Ze namen de opzet van Macherot over en Hergé zou hen zelfs persoonlijk de nodige documentatie aanleveren om alles zo authentiek mogelijk uit te werken. Zo ontstond de queeste van Johan van Dardemont, een jonge ridder die bij de dood van zijn vader diens taak erft om als een soort van dertiende-eeuwse Zorro de zwakkeren te beschermen. In de eerste verhalen lag de focus vooral op de wraak van gemaskerde wreker op Koenraad de Wolf, de moordenaar van zijn vader. Nadien zou Johan, bijgestaan door zijn kompanen Pijl en IJzerhakker, overal waar hij kon het onrecht gaan bevechten. Ondanks de ietwat simpele verhaallijnen en het gebrek aan psychologische diepgang, galoppeerde De Witte Ruiter, gedragen door de bewondering van collega's en critici, de stripgeschiedenis in. Hij werd zelfs een van de eerste Europese helden die naar het Engels werd vertaald als The Phantom Knight. Het inconsequente en respectloze beleid met de albumuitgaven in onze contreien was echter, net als voor andere reeksen in die tijd, een commerciële doodsteek en de serie verdween na een tiental jaar met stille trom ten koste van Capitan, Doc Silver en Harald de Viking, andere reeksen van de Funckens. Gedreven door een opflakkering van nostalgie, werd De Witte Ruiter halfweg de jaren 1980 nog even gereanimeerd voor een tweetal avonturen op scenario van Didier Convard, maar nadien zou Johan zijn zwaard onherroepelijk aan de wilgen hangen.
In 2014 gaf BD Must alle verhalen weer uit, compleet en in chronologische vogorde in twaalf albums.