Kuifje-vignet Pom en Teddy
de ezel en zijn baasje
gepresenteerd door Peter D'Herdt

  Pom en Teddy 5652

WEEKBLADGESCHIEDENIS
Eerste verschijning: 1953
Laatste verschijning: 1968
Auteur:
François Craenhals

Pom en Teddy 6348
 
In het begin van de jaren 1950 klopte François Craenhals aan bij het weekblad Kuifje. In eerste instantie werd hij ingezet als assistent-lay-outer, een soort manusje-van-alles dat onder toeziend oog van Hergé himself de lege hoekjes en kantjes van het weekblad opvulde. Een harde maar nuttige leerschool, met illustere cursisten: zijn voorganger was Bob De Moor, zijn opvolger werd Raymond Macherot. Na twee bijzonder kleffe avonturen over ene Renaat en Christiane en een verhaal over Dwight Eisenhower, dat het eerste was van een serie historische kortverhalen waarmee Kuifje de concurrentie aanging met de verhalentrommel van Robbedoes' Oom Wim, raakte hij met hoofdredacteur André Fernez aan de praat over het lot van draagezels die werden vervangen door tractors en overbodig werden. Ook de trieste geschiedenis van een gewezen circusezeltje dat van heimwee was gestorven, trok hem sterk aan. Hij herwerkte Renaat en Christiane tot Teddy en Maggy (genoemd naar zijn echtgenote), twee kinderen in een circus die zich ontfermen over een klein ezeltje, Pom. Hij vulde ze aan met de slechterik Hartvreter en de vloekende reus met een hart van goud Tarass Boelba die als een moederkloek over het jonge trio waakte. Vol melodrama komen de eerste verhalen, die zich in en rond het circus zelf afspelen, vandaag nogal braaf over. In de jaren 1950 lag dat anders: toen Maggy en Teddy op de vlucht enkele dagen in een hutje in het bos vertoefden, doopte een schoolinspecteur zijn pen in vitriool om zich luidop af te vragen wat die twee daar 's nachts aan het uitvreten waren!
Na die eerste avonturen voegde Craenhals een flinke scheut exotisme toe. Azië (India), Europa (Spanje), Afrika (Congo), Amerika (Hollywood) en het Midden-Oosten, in nagenoeg elk continent beleefden Teddy en Maggy (Pom kwam steeds minder prominent in beeld) avonturen. Tegelijk gaf Craenhals de serie een actie-injectie die het melodramatische (meestal) naar de achtergrond verwees. De reeks, nochtans gekenmerkt door de constante kwaliteit, het Jacobsiaanse tekenwerk en een uitzonderlijke sfeerschepping, werd geen commerciële hoogvlieger. Dat was vooral te wijten aan de verminking van de albumuitgaves. Delen in twee verschillende collecties (Collectie Lombard en Jong Europa), verhalen die in twee werden gehakt (Teddy in Hollywood),... het maakte Craenhals gefrustreerd en gedesillusioneerd. Ook het publiek veranderde en zelf vond hij dat hij stilaan in herhaling dreigde te vallen en toe was aan iets nieuws. Na vijftien jaar viel in 1968 het doek over de reeks (enkele korte bisnummers in Super Kuifje niet te na gelaten) en verlegde Craenhals zijn aandacht naar zijn andere passie, de (koene) riddertijd.
In 2012 gaf BD Must alle verhalen van Pom en Teddy nog eens uit in een tiendelige, uniform uitgevoerde reeks in hardcover.