Corentin 6: Het Rijk van het Zwarte Water door Paul Cuvelier + Jean Van Hamme op nummer 637
Vervolg en slot van het tweeluik (en ook het einde van de reeks) dat met Corentin en de Prins van de Woestijn begon. Een ogenwenk flirt dit verhaal met fantasy door het onderaardse rijk waar Corentin de duivel ontmoet en zelfs wat sf, maar dan om beter knipoogjes te kunnen maken naar Leonardo da Vinci.
 

Asterix 24: Asterix en de Belgen door Albert Uderzo + René Goscinny
Dargaud (1979, 1987, SC) / Hachette (1999, 2009, SC)

De uitspraak van Julius Caesar dat de Belgen de dappersten aller Galliërs zouden zijn, zet kwaad bloed in het dorp. Abraracourcix (Heroïx), Asterix en Obelix vertrekken dus naar Belgica om te bewijzen dat niet de Belgen, maar zijzelf de dapperste aller Galliërs zijn. Ze maken kennis met leider Vandendomme van de Nerviërs en Vandenkettinge van de Menapiërs met wie ze afspreken een wedstrijd Romein-bestrijden te houden. Julius Caesar moet scheidsrechter spelen. Deze wedstrijd doet zoveel stof opwaaien dat Caesar zelf met een leger naar Belgica komt. Hij weigert onthutst de functie van scheidsrechter en werpt zijn troepen in de strijd. Dit heeft echter desastreuze gevolgen, zodat hij de wedstrijd tussen Belgen en dorpelingen beslist met de mededeling dat beide groepen even gek zijn.

Aantal genomineerde albums van Albert Uderzo: 28/2296
Aantal genomineerde albums van René Goscinny: 44/2296

Zaterdagmorgen 5 november 1977 nam René Goscinny afscheid van zijn negenjarige dochter Anne met de woorden "Tot straks, mijn kleine poes!". Op vraag van zijn dokter had hij een afspraak om een fysieke test te ondergaan bij een cardioloog. Rond tien uur in de ochtend zette zijn chauffeur hem af in het ziekenhuis van Parc Monceau, nummer 21 in de rue de Chazelles in het zeventiende arrondissement van Parijs. Zijn vrouw Gilberte vergezelde hem. Zoals steeds. De cardioloog van dienst vroeg hem zijn hemd uit te trekken waarna hij elektroden op zijn borst kleefde. "En nu trappen, meneer..." En Goscinny trapte op de fiets. Na enkele momenten kloeg hij over pijn in de arm en een druk op de borst. "Trap nog vijftien seconden langer", antwoordde de cardioloog. De seconden leken een eeuwigheid te duren. De patiënt zeeg ineen. Gilberte nam hem in haar armen. René Goscinny was dood. Een hartstilstand. Het was 10.30 uur. Hij werd amper 51 jaar.
 
Het geeft te denken. Kort na zijn dood zong René Goscinny's goede vriend Guy Béart op de scène: "Qui A Assassiné René Goscinny?" ("Wie heeft René Goscinny vermoord?"). Waarom liet de cardioloog Goscinny niet ophouden met fietsen nadat hij kloeg over pijn aan de borst? Wist hij dat een paar maanden tevoren nog een borstonsteking werd vastgesteld? Dezelfde dag van Goscinny's overlijden, belde Gilberte tekenaar Fred op: "De dokters hebben hem vermoord!" Door de media-aandacht na het overlijden van een vooraanstaand Frans burger kregen de omstandigheden van zijn dood nog een wettelijk staartje. Voortaan was het wettelijk verplicht om bij het afleggen van fysieke testen steeds reanimatieapparatuur in de buurt te houden. Volgens Anne Goscinny waren het de emotionele gevolgen van haar moeders kanker die zijn dood veroorzaakten. Tibet weet het aan de sigaret. Hergé vertrouwde later op een dag aan Tibet toe: "Goscinny is dood door te veel te werken". In die jaren daarna deed Hergé het zelf ook zeer kalmpjes aan. Jean-Claude Mézières, de tekenaar van Ravian, zag er nog de humor van in: "Aan een hartaanval sterven bij een cardioloog, dat is een vewoestend staaltje zwarte humor, niet?" In de laatste prent loopt een bedroefd konijntje van de feestmaaltijd weg. Albert Uderzo wilde hiermee zijn eigen verdriet, en dat van allen die Goscinny gekend hebben, vertolken. Hij koos het konijntje omdat Goscinny zijn vrouw Gilberte dikwijls lapin (konijn) noemde.
 


© De Stripspeciaalzaak 2010