|
Wat
maakt van Franquin zo’n bijzonder auteur?
Naast het feit dat hij technisch een onwaarschijnlijk
knappe tekenaar was, heeft hij ook een volstrekt nieuwe stijl
gecreëerd: die zonder de rechte lijn. Alles en iedereen
in zijn strips lijkt van caoutchouc te zijn, toch
in de periode na pakweg 1960. Ik ben nochtans ook een grote
fan van de periode daarvoor, toen hij Robbedoes tekende
met een veel strakkere en eenvoudigere lijn. Daar viel mij
vooral de diepte in zijn tekeningen op.
Met zijn rubberen stijl heeft hij enorm school gemaakt, zeker
evenveel als de klarelijners van de Hergé-obediëntie,
om eens een moeilijk woord te gebruiken. (lacht) |
Hoe
maakte u voor het eerst kennis met Franquin of zijn albums?
Wat herinnert u zich van hem? Heeft u persoonlijke contacten
met hem gehad?
Mijn
eerste contact met zijn werk moet in mijn prille jeugd geweest
zijn. Ik meen mij te herinneren dat wij thuis vooral de Vlaamse
strips kenden en verslonden: Nero, Sus en Wis, Jommeke
en tutti quanti. Wanneer we dan op bezoek gingen bij onze
neefjes van vaderskant, troffen we daar onder andere de Robbedoes-albums
van Franquin aan en die waren een ontdekking. Het was allemaal
wat chiquer, in vierkleurendruk, soms hardcover. Ik ben ze
dan zelf ook beginnen kopen.
Toen ik een jaar of dertien, veertien was, tikte ik een boekje
op de kop waarin Jijé en Franquin
hun werkwijze uiteenzetten. Daar stonden foto's in van work
in progress: schetsstadium, uitgewerkte potloodfase en
inkt. Zelfs het merk van penseel dat hij gebruikte stond erin
vermeld (Winsor & Newton nr 2). Dat merk
ben ik direct gaan kopen, natuurlijk!
Ik heb trouwens ooit het genoegen gesmaakt bij hem thuis te
zijn ontvangen. Mijn vader kende iemand die iemand kende die
weer iemand anders kende die Franquin kende: zo gaat dat dan.
Ik ging er — misschien wat dwaas, achteraf gezien —
met weinig enthousiasme naartoe omdat dat zich afspeelde in
mijn stripluwe periode. Ik was een jaar of twintig en ik kon
een middelgrote kamer behangen met afpoeierbriefjes van stripbladen.
Zo zit het toch in mijn herinnering, maar het kunnen er ook
twee geweest zijn. Alleszins voldoende om mij wat te ontmoedigen.
In elk geval, ik tekende toen bijna niet meer en ik was vooral
met muziek bezig. De zeer aimabele Franquin bekeek mijn werk
aandachtig en gaf mij goede raad. Wat ik mij levendig herinner,
is de meewarige, medelijdende glimlach op het gelaat van mevrouw
Franquin, toen ze mij uitliet. Ze dacht heel duidelijk: "arme
drommel; nog zovéél te leren en dan in die bikkelharde
haaienwereld terechtkomen." (lacht) |
Wat
is uw favoriete Franquin-album, -avontuur, -gag of -personage
en waarom?
Dat
is een moeilijke. Weet je, soms ben ik helemaal weg van Flater
en even later weer van de fifties-Robbedoes. Maar
als ik moet kiezen: Robbedoes, ook al weet ik wel
dat hij het op een gegeven moment kotsbeu was en dat hij de
voeling met het door iemand anders geschapen personage kwijt
was. Ik kies voor het album De Bezoeker uit de Oertijd.
Ik herinner mij zeer goed de dag van de aanschaf. (Mijmerend)
Ergens in 1967, in de Sarma aan de Mutsaard,
in Laken. Ik ben absoluut geen verzamelaar en ik houd eigenlijk
nooit iets bij, maar dat bewuste album heb ik nog altijd.
Het is een zeer goed, sfeervol verhaal en het is meesterlijk
in beeld gebracht.
Mijn favoriet personage zal wel Kwabbernoot zijn. Of doe maar
juffrouw IJzerlijm. Of Rommelgem. Of beter nog: alledrie!
(lacht) |
Heeft
Franquin ook uw werk beïnvloed?
(Lacht luid) Iederéén heeft
mijn werk beïnvloed! Franquin natuurlijk ook. Vooral
wat expressie en dynamiek betreft. Dat laatste vind je iets
minder bij Hergé bijvoorbeeld. En
ja, roep nu maar "boe!" Of "heiligschennis!"
(Ferm) Het ís zo. |
Welke
impact op de stripwereld heeft Franquin vandaag nog, vindt
u?
De meeste van mijn collega's zijn schatplichtig
aan zowel Franquin als Hergé, omdat die, elk op hun
eigen manier, de strip een beetje uitgevonden hebben. Ik
zie in zeer veel — ook nieuwe — strips duidelijke
invloeden van Franquin. Het is een beetje te technisch om
daarover verder uit te weiden, vrees ik, maar het zit 'm
vooral in — nog eens — de expressie en de dynamiek.
|
|
|
|