NUMMER 6
D A T A S H E E T
Oorspronkelijke titel:
Astérix Gladiateur
Eerste druk FR:
1964
Eerste druk NL:
1968
Uitgever:

De Geïllustreerde Pers NV Amsterdam

Herdruk Dargaud
(1983-1984)

Herdruk Hachette (1999)


De Gallische prefect Caligula Biboppus bezoekt Petitbonum (Grootmocum): hij wil één van de onoverwinnelijke Galliërs meenemen naar Rome als geschenk voor Caesar. De keus valt op de bard Assurancetourix (Kakofonix) die in het woud gevangen wordt genomen. Asterix en Obelix gaan liften met een Phoenicisch schip naar Rome om hem terug te halen. Onderweg beleven zij de eerste ontmoeting met Roodbaard en zijn bemanning. Om Assurancetourix (Kakofonix) te kunnen bevrijden die in het Circus is opgesloten, melden Asterix en Obelix zich als gladiator bij Caius Paffus, directeur van de opleidingsschool. Door een heel cohort op beproefde wijze in te maken, tot groot jolijt van het publiek, moet Julius Caesar hen wel een gunst verlenen. Met de bard en Caius Paffus keren ze met hetzelfde schip huiswaarts.


Een opsomming van opmerkelijke namen:
• Caligula Alavacomgetepus (FR = à-la-va-comme-je-te-pusse = letterlijk een jij-gaat-waar-ik-je-duw, iemand die weining eigen initiatief toont, een meeloper) = Caligula Biboppus (NL)
• Gracchus Nenjétepus (FR = n'en jetez plus. Deze zin stamt uit de toneelwereld. "Gooi er geen meer" slaat op de bloemen, die het publiek aan het einde van de voorstelling naar de grote artiest werpt, vrij vertaald dus: "nu heb ik wel genoeg bijval geoogst") = - Gracchus Neussus (NL)
• Caius Obtus (FR) = Gaius Paffus (NL)
• Plaintcontrix (FR = Klacht tegen onbekenden) = Emigrantix
• Briseradius (FR) = Gorillus (NL)
• Ziguépus (FR = la puce is de vlo, le zigue is de kameraad. Tevens verwijst het naar de Franse stripreeks Zig et Puce van Alain Saint-Ogan, later overgenomen door Greg en vertaald als Kees en Klaas) = Stillus (NL)
• Rictus (FR = le rictus is de grijns) = Lachus (NL)
• Keskonrix (FR = qu'est-ce qu'on risque) = het kleine jongetje met de naam Nognix (NL)


Een overzichtje van (onvertaalde) knipoogjes, historische verwijzingen, cameo's en trivia:
 

• We moeten het nog steeds stellen zonder het hondje Idefix. Grappig is dat in de Franse versie de gevleugelde woorden "Ils sont fous, ces Romains!" voor het eerst gebruikt wordt, maar de Nederlandse vertaling nog niet op punt staat. Terwijl later de standaardvertaling "Rare jongens die Romeinen" in zwang komt en een vaste uitdrukking in de reeks wordt met zelfs een opname in het Van Dale-woordenboek, staat er nu nog "Die Romeinen zijn GEK!".

plaat 1, prent 4
• Caligula Biboppus is een karikatuur van George Fronval, Frans journalist en schrijver. Heel wat vergzeochter is als je dit prentje op zijn kop draait. Volg de contouren van zijn hoofd en je herkent misschien de landkaart van Frankrijk...

plaat 2, prent 7
• De Franse versie van het lied luidt: "Ils ont des casques ailés, vive les Celtes" en dat komt uit een Bretoens volkslied met de titel Ils ont des Chapeaux Ronds... Vive les Bretons!

plaat 2, prent 8
• In deze vluchtscène, veroorzaakt door de zingende bard Assurancetourix (Kakofonix), rent een Romein op dezelfde manier zoals het konijntje rechts voor hem.

plaat 3, prent 1-2-3
• De Romeinen stoppen peterselie (waarom die "pieterselie" eigenlijk waarover ze het hebben?) in hun oren. Dit verwijst naar een Frans gezegde dat vertaald kan worden als "peterselie in je oren hebben". Het betekent traag van begrip zijn, dom zijn. Dit spreekwoord is ontleend aan de weinig intelligente uitstraling van een varken in de vitrine van een slagerij, waarbij peterselie als decoratie wordt gebruikt. Zo maken de Franse auteurs de Romeinen dus tot spreekwoordelijke domkoppen.
In prent 2 zegt een Romein bovendien: "Ik ben geen gebraden speenvarken". In het Frans staat er "J'aurai l'impression d'aller à la boucherie" = "Ik heb de indruk dat ik naar de slagerij ga.

plaat 4, prent 1
• Eerste en enige optreden van het knaapje Nognix in de reeks Asterix.

plaat 4, prent 9
• Obelix laat er geen twijfel over bestaan: hij is zaakvoerder van een steengroeve. Obelix heeft een erkend beroep.

plaat 6, prent 1-2
• Dit is een sterk staaltje inventieve en voorbereidende humorkunst. Obelix zegt in plaatje 1: "Zeg Asterix, zullen we straks een spelletje doen? Wie de meeste soldaten neerslaat, heeft gewonnen! Als bewijs moet je de helmen van je slachtoffers meebrengen" waarna een commandant in prent 2 het bevel "Helmen op!" geeft. Mocht je al over het verband tussen de twee prentjes gelezen hebben, is er geen man overboord. Goscinny construeert hier in al zijn genialiteit een sequentie: humor dat ontstaat door twee (of meer) opeenvolgende plaatjes.

plaat 6, prent 2
• De dammende soldaten verwijzen naar de beroemde amfoor van Exekias uit de Vaticaanse Musea, waar Achilles en Ajax op zitten te dammen.

plaat 6, prent 5-6
• Nog zo'n voorbeeld van een sequentie moet je op de achtergrond zoeken. In silhouet zien we twee soldaten tegen elkaar opbotsen. In het volgende prentje foetert de ene soldaat de andere uit.

plaat 9, prent 4
• Intrdocutie van de grijsaard Nestorix, al toont hij zich hier minder kwiek en opvliegend dan we later van hem gewend zijn.

plaat 9, prent 6
• Wanneer Obelix zegt: "Als ze in Rome niet aardig tegen ons zijn, is de stad één grote ruïne als we weggaan" bedoelt hij onvrijwillig dat er van de fiere stad Rome vandaag niets meer is dan her en der gerestaureerde ruïnes.

plaat 10, prent 2
• Niet moeilijk dat "alle wegen naar Rome leiden". De Romeinen waren bouwmeesters die kriskras in Europa wegen aanlegden.

plaat 6, prent 4
• Wie zijn Vergilius kent, weet waarom de koopvaarder nu juist een Phoeniciër is. Dit volk beheerste de handel over de Middellandse Zee en stichtte de rijke havenstad Carthago.

plaat 11, prent 8
• Opnieuw een toevoeging van enkele vaste castleden: Roodbaard en zijn piraten, een parodie op de stripreeks Roodbaard van Victor Hubinon en Jean-Michel Charlier dat in hetzelfde stripblad Pilote liep als Asterix.
De Latijnse spreuken debiterende Driepoot citeert met "Vanitas vanitatum omnia vanitas" = "IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid" uit het Oude Testament (Prediker 1,2). Normaliter citeert hij uit het œuvre van Horatius.

plaat 14, prent 6
• "Let op! Slipgevaar!" met twee van elkaar wegrennende paarden op het waarschuwingsbord.

plaat 14, prent 8
• In het midden van de prent steekt een man de straat over op een zebrapad avant la lettre.

plaat 18, prent 11
• Het woningblok heet in het Nederlands een W.A.E., Woningen voor Allerlei Emigranten. In het Frans is dat H.L.M. waar elke Fransman de afkorting voor Habitations à Loyer Modéré in herkent, de naam voor de sociale woningsbouw. De strip maakt er Habitations Latines Mélangées van.

plaat 19, prent 6
• "De Romeinen zijn GEK!" denkt Obelix luidop. De vertaling staat hier nog niet op punt, neen.

plaat 21, prent 4
• Het staat er niet volledig op, maar links staat wel degelijk het Colosseum.

plaat 26, prent 3
• Een opeensomming van allerlei delicatessen, exotische lekkernijen en petieterige liflafjes. De Romeinen lusten er pap van. Een moment om te denken aan Monty Python's Life of Brian waar Brian aanvankelijk aan de bak komt als venter van dit soort fijnproeverssnacks.

plaat 27
• De opleiding van de gladiatoren doet denken aan Spartacus' opleiding uit de gelijknamige film Spartacus uit 1960 van Stanley Kubrick. Hoofdrolspeler Kirk Douglas komt later nog eens aan bod in deel 30, De Beproeving van Obelix.

plaat 31, prent 4
• Rome lokt toeristen. Galliërs, in zijprofiel wandelende Egyptenaren en Grieken doen de stad aan.

plaat 31, prent 6
• Oerversie van graffiti: een Egyptenaar kerft zijn naam in een Romeinse zuil.

plaat 32, prent 1
• Een raadseltje: "Het eerste deel is de naam van het visje van Pinocchio, het tweede deel de vader van een kind, dan de 20e letter van het alfabet en 't laatste is een deel van 'n schip! Alles samen is iets waar Caesar van houdt. Ra-ra, wat is het?" Cleo + pa + t + ra = Cleopatra waarbij we dienen te onthouden dat het sprookje van Pinocchio nog niet bestond. In het Frans moeten de gladiatoren zoeken naar clé (sleutel) + eau (water) + pâtre (schapenhoeder) = Cléopâtre.

plaat 32, prent 2
• "En Caius Paffus wordt hoe langer hoe magerder..." Inderdaad, maar waarom tekent Uderzo hem twee pagina's verder dan weer met dikke pens?

plaat 33, prent 6 en 11
• Opnieuw een nietszeggend lied in de Nederlandse taal, gekweeld door Assurancetourix (Kakofonix). In het Frans zingt hij "Menhir montant, mais oui madame" naar een lied van Maurice Chevalier (ooit een internationale superster) over de Parijse stadswijk Ménilmontant, gezongen in 1939. Dus Ménilmontant wordt menhir montant!

plaat 34, prent 2
• We weten allemaal dat "panem et circenses" (te lezen boven het baldakijn waaronder Julius Caesar zetelt) de truc verwoordt waarmee keizers het arme volk koest hielden en paleisrevoluties verhinderden. Natuurlijk is het absurd om deze letters reuzegroot boven de keizerlijke loge te zetten, alsof de paus zou verordenen om bij elke kerkingang "Opium voor het volk" op te hangen.

plaat 34, prent 4-5
• "Tu quoque fili", het citaat dat Caesar uitte na het verraad van zijn aangenomen zoon Brutus. Hier gebruikt hij het echter als vermaning om zijn zoon te laten applaudiseren.
In de volgende prent maakt Caesar de bedenking: "Die Brutus... Ik voel dat ik nog 'ns last met hem ga krijgen!..." Op een kwaaie dag in maart 44 voor Christus krijgt hij gelijk wanneer Brutus één van de samenzweerders is die een dolk in het lijf van Caesar planten om hem te vermoorden.

plaat 36
• Ietwat anders in beeld gebracht, maar filmliefhebbers herkennen de nog steeds razend spannende wagenmennersrace uit de film Ben Hur uit 1959.

plaat 38, prent 4
• Tijd om eens wat gladiatoren te beschrijven. De uitrusting van de velites (de strijder met het gekromde zwaard, de helm met gaten, schild en geharnaste arm) en de retiarius (de strijder met het net en de drietand) is een waarheidsgetrouw beeld.
Anders dan het cliché over gladiatoren ons wil doen geloven, waren gladiatoren in die tijd ware vedetten en niet steeds een laatste bestemming voor gestraften of gevangenen. Het was ook niet de bedoeling dat gladiatoren bij elk gevecht een strijd op leven en dood voerden. Gladiatoren waren duur voor de sport- en opleidingsscholen. Met zo'n kostbaar goed moest voorzichtig omgesprongen worden. Het Romeinse publiek had zo zijn favorieten die in het dagelijkse leven best een comfortabel bestaan konden opbouwen.

plaat 40, prent 4
• Opnieuw komt het spelletje met de helmen ter sprake. Goscinny is zijn eigen beste aangever voor een geslaagde grap.

plaat 42, prent 1
• "Caesar... Ik vraag de vrijheid voor onze druïde, die wij zijn komen redden." Asterix sleept echt wel de voor pampus geslagen bard Assurancetourix (Kakofonix) voort in plaats van de door hem vernoemde druïde.