Bibliografie van Marc Malès
• Bloed & Stilte (deel 1, 2, 3)
• Een Zakje knikkers
• Hemingway
• Lucy
Bibliografie van Jack Manini
• De Wet van de Kanun
• Jack Cool
• Liefde in Oorlogstijd
• Necromancy
• Onder een Loden Hemel
• S.O.S. Lusitania
• Tomoë
HOLLYWOOD 2
Wat Ik Ben en Wat Ik Had Kunnen Zijn


Marc Malès + Jack Manini • Glénat (Grafica)
56 p. (HC)
Uitgebreid en gevarieerd speelveld

Na de uitvinding van de rondreizende cinema zetten de drie filmpioniers Max Lester (de werkelijke uitvinder van de kinetoscoop, zeg maar de filmprojector, in deze reeks), Janet Canary (de dochter van Calamity Jane) en acrobaat/acteur Tom Mix een volgende stap om bezoekers te lokken. Ze openen in 1897 de allereerste filmzaal in New York. Omdat Lester weigert de films van Thomas Edison (die met zijn uitvinding is gaan lopen) te draaien, nemen ze hun eigen films op. Het dak van het gebouw vormt een ideale locatie voor hun 'opnamestudio'. Hun eerste filmpjes bestaan uit oude acrobatische nummers die Janet en Tom opvoerden tijdens hun voormalige circusleven. Weldra halen ze een paard naar boven om een western op te nemen. Deze eerste aanzetten van hun productie worden een fenomenaal succes. Andere filmzalen schieten als paddenstoelen uit de grond. In een luxecomplex is Janet helemaal weg van een sciencefictionfilm waarin een raket (eigenlijk een bemande kogel uit een kanon) naar de maan wordt geschoten. De pioniersfilm De Reis naar de Maan van Georges Méliès heeft iets te bieden wat andere films vaak nog ontbreken: een goed verhaal. Janet denkt al twee stappen verder. Maar de concurrentie is moordend... zelfs letterlijk. Dik twee decennia later zijn de drie vennoten big shots in Hollywood. Maar met de roem, de faam en de status gaan manipulatie, seks en drugs gepaard. In de jaren 1920 waren acteurs letterlijk het eigendom van een filmstudio. Om van het dure contract van steracteur Douglas Fairbanks af te raken, deinst Jane Canary, de dochter van Janet, er niet voor terug om hem met een verschrikkelijk schandaal op te zadelen zodat hij uit de gratie van het publiek valt.

Jack Manini treft dubbel doel door zowel de pioniersjaren als de extreem boeiende bloeiperiode van de stomme film door elkaar heen te vertellen. Deze achtergrond vormt een uitgebreid en gevarieerd speelveld voor een tros intriges zonder weerga. Elke verhaallijn van de verschillende hoofdpersonages in beide tijdperken is er een die deftig meetelt. De letterlijke en figuurlijke aankleding van deze periodestrip wordt knap neergezet door Marc Malès die met de eerste delen van het gangsterepos Bloed & Stilte al wel bewees dat hij de vroege twintigste eeuw kundig in beeld kan brengen. Enkel bij het weergeven van bewegingen zien zijn figuren er soms uit als geplooide ledenpoppen. Daarmee willen we niet zeggen dat de tekenstijl statisch is, integendeel. Stilstaande houdingen ogen bij hem waardig, stijlvol, gracieus... het vat synoniemen is nu wel geledigd. Onze interesse voor Hollywood daarentegen nog lang niet.

> DAVID STEENHUYSE — augustus 2012