Bibliografie van Gradimir Smudja
• Op Tijdreis door de Schilderkunst
• Vincent en Van Gogh
HET KUNSTBORDEEL 4
Darling, voor Altijd


Gradimir Smudja • Silvester
48 p. (HC)
Giddy up

Een man en zijn paard, de liefde tussen twee zielsverwanten is nog maar zelden zo mooi en tegelijk zo burlesk op doek gezet en vervolgens op papier gereproduceerd als in dit rechtstreekse vervolg op Hupsakee Darling. Die man is Henri-Toulouse Lautrec. Door zijn kleine gestalte (en met wat stenen in zijn zakken) mag hij deelnemen aan paardwedrennen met Darling, het paard dat hij redde van het abattoir. Vooraleer aan een eerste race te kunnen deelnemen, wachten man en paard veel training. Het paard moet om te beginnen helemaal opgelapt worden.

"Beste lezers, hoe veel werk en tijd heeft het niet gekost om dit boek te maken", zo besluit de vrouw van de tekenaar dit album. Dat kunnen we goed geloven. Zich bedienend van het impressionisme maakt Gradimir Smudja er opnieuw een kunstzinnig-vrolijk boek van dat de art in arty-farty laat gloriëren. Smudja verwijst niet alleen grafisch naar Lautrec en generatiegenoten Claude Monet, Vincent van Gogh en Pierre-Auguste Renoir, hij maakt er ook visuele knipoogjes van. De personages van Georges Seurats pointillistische meesterwerk Dimanche d'Été à la Grande Jatte zijn op pagina 64 (de paginanummering loopt gewoon verder na deel 3) weergegeven als haagjes. Van Goghs zonnebloemen tieren welig en Monet belandt in zijn eigen vijver met waterlelies. In een bordeel zien we hem terug met zwemvliezen aan. Tja, een opleiding kunstgeschiedenis helpt wel om er de meeste verwijzingen uit te halen. En dan is die kennis nog ontoereikend want Smudja smokkelt ook anekdotes en kleine histories binnen in het verhaal. In die mate zelfs dat het onderscheid tussen historische werkelijkheid en complete fantasie van de auteur vervaagt. Die fantasie plaatst Lautrec en Darling in een laat-negentiende-eeuws romantisch Parijs. De tafereeltjes op het platteland zijn ronduit idyllisch.

Het ontbreekt de auteur wel eens aan samenhang om zijn verhaal te vertellen. Soms bestaat een plaat uit een spannende compositie waarbij elke prent van tel is. In andere gevallen volgen prenten elkaar op als cartoons om een stortvloed aan (taal)grapjes te etaleren. Die verwarrende structuur en het weinig consistente verhaaltempo (hoewel er één grote stuwende beweging merkbaar is) zijn nochtans gerechtvaardigd als je de verklaring voor Lautrecs paardenromance slikt. Het is cliché, maar de rit naar dat cliché maakt het wel waard... giddy up, en nu te paard.

> DAVID STEENHUYSE — augustus 2011